Bibliothèque juridique et analyse de dossiers · Autriche · Belgique · Union européenne
LAWxPERT Connexion Compte gratuit

Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap · Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap

Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap Art. III

En vigueurTexte officiel

1 Indien het programma een fase van projectdefinitie omvat, maken de deelnemende Staten tegen het einde van de fase een nieuwe schatting van de kosten van het programma. Indien deze nieuwe schatting aantoont dat de kosten die van het in artikel I bedoelde indicatieve financiële raam met meer dan 20% overschrijden, kan iedere deelnemende Staat zich uit het programma terugtrekken. De deelnemende Staten die het programma niettemin wensen voort te zetten, plegen onderling overleg en treffen regelingen voor de voortzetting ervan. Zij brengen hierover verslag uit aan de Raad, die eventueel alle nodige maatregelen neemt.

2 Gedurende elke Fase zoals omschreven in de Verklaring, stelt de Raad met twee derde meerderheid van alle deelnemende Staten de jaarlijkse begrotingen vast binnen het desbetreffende financiële raam of de desbetreffende deelbedragen.

3 De Raad stelt een procedure vast, volgens welke het financiële raam of de deelbedragen kunnen worden herzien in geval van veranderingen in het prijspeil.

4 Wanneer het financiële raam of een deelbedrag dient te worden herzien om andere redenen dan vermeld in het eerste en het derde lid, passen de deelnemende Staten de volgende procedure toe: (a) geen deelnemende Staat is gerechtigd zich uit het programma terug te trekken, tenzij de cumulatieve overschrijding van de kosten meer beloopt dan 20% van de bedragen van het oorspronkelijke financiële raam of van het herziene raam, vastgesteld overeenkomstig de procedure neergelegd in het eerste lid; (b) indien de cumulatieve overschrijding van de kosten meer beloopt dan 20% van de bedragen van het desbetreffende financiële raam, kan elke deelnemende Staat zich uit het programma terugtrekken. De Staten die het programma niettemin wensen voort te zetten, plegen onderling overleg, treffen regelingen voor de voortzetting ervan en brengen hierover verslag uit aan de Raad, die eventueel alle nodige maatregelen neemt.