Verdrag inzake het verbod van militair of enig ander vijande Art. IV
Elke Staat die partij is bij dit Verdrag verbindt zich ertoe, in overeenstemming met zijn constitutionele procedures alle maatregelen te treffen welke hij noodzakelijk acht, om enigerlei activiteit die in strijd is met de bepalingen van dit Verdrag overal binnen zijn rechts- of machtsgebied te verbieden en te voorkomen.