Verdrag inzake het voorkomen van staatloosheid met betrekkin Art. 2Recht op een nationaliteit
Iedere natuurlijke persoon die op het tijdstip van de statenopvolging de nationaliteit van de voorgangerstaat heeft en ten gevolge van de statenopvolging staatloos is of zou worden, heeft in overeenstemming met de volgende artikelen recht op de nationaliteit van een van de betrokken staten.