Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTI Art. 16Afleveringstermijnen
TITEL II SLUITING EN UITVOERING VAN DE VERVOEROVEREENKOMST
§ 1 De afzender en de vervoerder komen de afleveringstermijn overeen. Bij gebreke van een beding hieromtrent kan de afleveringstermijn nochtans nooit langer zijn dan die welke volgt uit de §§ 2 tot en met 4.
§ 2 behoudens de §§ 3 en 4 belopen de maximum afleveringstermijnen: a. voor wagenladingen: – termijn van verzenden 12 uren, – vervoertermijn per 400 km of een gedeelte daarvan 24 uren; b. voor stukgoed: – termijn van verzenden 12 uren, – vervoertermijn per 200 km of een gedeelte daarvan 24 uren. De afstanden hebben betrekking op het overeengekomen vervoertraject; bij gebreke daarvan op het kortst mogelijke.
§ 3 De vervoerder kan in de volgende gevallen toeslagtermijnen van bepaalde duur vaststellen: a. zendingen die vervoerd worden – over lijnen met verschillende spoorbreedte – over zee of binnenwateren – over de weg, indien er geen verbinding per spoor bestaat b. bij buitengewone omstandigheden die een ongebruikelijke verkeerstoename of ongebruikelijke moeilijkheden voor de bedrijfsuitvoering tot gevolg hebben. De duur van de toeslagtermijnen moet opgenomen zijn in de Algemene vervoervoorwaarden.
§ 4 De afleveringstermijn begint te lopen vanaf de aanneming ten vervoer van de goederen; hij wordt verlengd met de duur van een niet door de schuld van de vervoerder veroorzaakt oponthoud. De afleveringstermijn wordt geschorst op zondagen en wettelijke feestdagen.