Verdrag inzake de uitoefening van de visserij op de Noordatl Art. 3
1 De vissersvaartuigen van iedere Verdragsluitende Partij worden, overeenkomstig de wettelijke voorschriften van die Partij, ingeschreven en gemerkt, zodat op zee hun identiteit kan worden vastgesteld.
2 De bevoegde autoriteit van iedere Verdragsluitende Partij stelt voor elke haven of elk district een of meer letters en een reeks cijfers vast.
3 Iedere Verdragsluitende Partij stelt een lijst van deze letters op.
4 Deze lijst, alsmede alle daarin nadien eventueel aangebrachte wijzigingen, worden ter kennis van de andere Verdragsluitende Partijen gebracht.
5 De bepalingen van Bijlage II van dit Verdrag zijn van toepassing op vissersvaartuigen, de daarbijbehorende kleine boten en het vistuig.