Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom Art. 9
Deel II Uitkeringen bij invaliditeit
1 Tot de beschermde personen moeten worden gerekend: a. alle loontrekkenden, met inbegrip van de leerlingen: of b. voorgeschreven groepen van het economisch actieve deel der bevolking, welke ten minste 75 procent uitmaken van het gehele economisch actieve deel der bevolking; of c. alle ingezetenen of de ingezetenen wier inkomsten tijdens de eventualiteit de grenzen, voorgeschreven overeenkomstig de bepalingen van artikel 28, niet overschrijden.
2 Wanneer een verklaring, afgelegd overeenkomstig artikel 4, van kracht is, moeten tot de beschermde personen worden gerekend: a. voorgeschreven groepen van loontrekkenden, welke ten minste 25 procent uitmaken van het totale aantal loontrekkenden; of b. voorgeschreven groepen loontrekkenden in industriële ondernemingen, welke ten minste 50 procent uitmaken van het totale aantal loontrekkenden, werkzaam in industriële ondernemingen.