Verdrag betreffende de oprichting van het functioneel luchtr Art. 18Heffingenbeleid
HOOFDSTUK VI HEFFINGEN
1 De Verdragsluitende Staten ontwikkelen gemeenschappelijke beginselen met betrekking tot het heffingenbeleid binnen het betreffende luchtruim en passen deze toe, rekening houdend met de mogelijkheid van nationale vrijstellingen.
2 De Verdragsluitende Staten hebben de intentie om een enkel eenheidstarief voor en-route verkeer in het betreffende luchtruim toe te passen en zij streven naar het vaststellen van een gemeenschappelijke heffingszone in het betreffende luchtruim.
3 De FABEC-Raad beslist over de invoering, de voorwaarden voor en de toepassing van een enkel eenheidstarief voor en-route verkeer in het betreffende luchtruim en de vaststelling van een gemeenschappelijke heffingszone in het betreffende luchtruim.
4 Het gemeenschappelijk voorgestelde enkel eenheidstarief voor en-route verkeer in het betreffende luchtruim wordt volgend op een beslissing van de FABEC-Raad daarover aan het relevante EUROCONTROL-orgaan ter vaststelling voorgelegd.
5 Voorafgaand aan de invoering en toepassing van een enkel eenheidstarief voor en-route verkeer in het betreffende luchtruim coördineren de Verdragsluitende Staten hun eenheidstarieven voor en-route verkeer in het betreffende luchtruim op het niveau van de FABEC-Raad.
6 De Verdragsluitende Staten dienen in het bijzonder: a) gezamenlijk de noodzakelijke verplichtingen te vervullen verbonden aan een gemeenschappelijke heffingszone voor en-route verkeer in het betreffende luchtruim; b) passende regelingen te treffen voor samenhang en eenvormigheid bij de toepassing van de regels en voorschriften met betrekking tot heffingen; c) waar nodig, te zorgen voor de gezamenlijke coördinatie met EUROCONTROL.