Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrep Art. 10
Alle aangelegenheden waarop de bepalingen van hoofdstuk 4 van het Verdrag betrekking hebben, moeten worden beoordeeld
in de Bondsrepubliek Duitsland overeenkomstig de waterstaatswetgeving van de Bond en van de „Länder”
en in het Koninkrijk der Nederlanden overeenkomstig de waterstaatswetgeving van het Rijk en de provincies, met inbegrip van de reglementen voor de waterschappen.