Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen Art. 1
HOOFDSTUK I Rechterlijke regeling
De Verdragsluitende Partijen zullen ter beoordeling aan het Internationale Gerechtshof voorleggen alle eventueel tussen hen rijzende geschillen, vooral die welke betrekking hebben op:
(a) de interpretatie van een verdrag; (b) alle aangelegenheden het volkenrecht betreffend; (c) de aanwezigheid van enigerlei feit dat, indien het bestaan ervan werd bewezen, een schending van een internationale verplichting zou betekenen; (d) de aard en omvang van de wegens schending van een internationale verplichting te verrichten genoegdoening.