Verdrag nopens het wegverkeer · Verdrag nopens het wegverkeer
Verdrag nopens het wegverkeer Art. 10
HOOFDSTUK II Regels voor het verkeer op de weg
De bestuurder van een voertuig moet de snelheid daarvan te allen tijde in zijn macht hebben en met overleg en voorzichtig rijden. Hij moet vaart minderen of stilhouden, zo dikwijls de omstandigheden zulks vereisen of in het bijzonder, wanneer het zicht niet goed is.