Internationaal Verdrag ter bestrijding van de handel in vrou Art. 3
De Hooge Verdragsluitende Partijen komen overeen, de noodige maatregelen te nemen, teneinde strafbaar te stellen de pogingen en, binnen de perken der wet, de voorbereidende handelingen tot de misdrijven bedoeld in de artikelen 1 en 2 van het verdrag van 4 Mei 1910.