Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart Art. 33Erkenning van bewijzen van luchtwaardigheid en van bevoegdheid
HOOFDSTUK V Voorwaarden waaraan luchtvaartuigen moeten voldoen
Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen, uitgereikt of geldig verklaard door de Verdragsluitende Staat waarin het luchtvaartuig is ingeschreven, worden door de andere Verdragsluitende Staten erkend, mits de eisen op grond waarvan zodanige bewijzen en vergunningen zijn uitgereikt of geldig verklaard, gelijk zijn aan of zwaarder zijn dan de minimumnormen, welke van tijd tot tijd op grond van dit Verdrag kunnen worden vastgesteld.