Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendh Art. 16Benoeming der leden van de Rechterlijke Macht
1 De Gouverneur zal de leden van de rechterlijke macht benoemen, na deze gekozen te hebben uit de door de Regeringsraad gestelde candidaten of uit een groep andere mensen, en na raadpleging van de Regeringsraad, tenzij de Grondwet op andere wijze in de benoeming tot de rechterlijke functie voorziet; onder voorbehoud van de garanties, welke door de Grondwet zullen worden gegeven, zal de Gouverneur de leden van de rechterlijke macht kunnen ontslaan, indien hun gedrag onverenigbaar is met hun rechterlijke functie.
2 De Volksvergadering kan bij een stemming met 2/3 meerderheid van de uitgebrachte stemmen, de Gouverneur uitnodigen, een onderzoek in te stellen naar iedere beschuldiging, uitgebracht tegen een van de leden der rechterlijke macht. Indien deze beschuldiging gegrond blijkt te zijn, zal zij schorsing of ontslag van de betrokkene met zich mee kunnen brengen.