Overeenkomst voor de vervolging en bestraffing van de grote Art. 7
II Rechtsmacht en algemeene beginselen.
De officieele positie van de verdachten, hetzij als Staatshoofden, hetzij als verantwoordelijke ambtenaren in Regeeringsdepartementen, zal niet geacht worden deze personen te bevrijden van hun aansprakelijkheid of als een reden tot verlichting van hun straf gelden.