Protocol tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, he Art. 8Ondersteuning van de doorgeleiding
1 Indien de verzoekende Staat ondersteuning van een specifieke doorgeleiding door de autoriteiten van de aangezochte Staat noodzakelijk acht, geeft hij dit aan in het formulier dat als bijlage 7 aan de Overeenkomst is gehecht. De bevoegde autoriteiten treden zo nodig met elkaar in overleg.
2 In het antwoord op het doorgeleidingsverzoek vermeldt de aangezochte Staat onder punt 3 (Bijzonderheden) van het formulier dat als bijlage 2 aan dit Protocol is gehecht, of hij in de gevraagde ondersteuning kan voorzien.
3 Indien de betrokkene wordt begeleid, geschieden de bewaking en het aan boord brengen onder het gezag van de aangezochte Staat.