Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestr Art. 53Gebieds- of contactverboden of beschermingsbevelen
HOOFDSTUK VI ONDERZOEK, VERVOLGING, PROCESRECHT EN BESCHERMENDE MAATREGELEN
1 De partijen nemen de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat adequate gebieds- of contactverboden of beschermingsbevelen kunnen worden getroffen voor slachtoffers van alle vormen van geweld die vallen onder de reikwijdte van dit Verdrag.
2 De partijen nemen de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat de in het eerste lid bedoelde gebieds- of contactverboden of beschermingsbevelen: – onmiddellijk en zonder onnodige financiële of administratieve lasten voor het slachtoffer getroffen kunnen worden; – kunnen worden getroffen voor een vastgestelde termijn of totdat ze worden aangepast of opgeheven; – indien nodig, op verzoek kunnen worden getroffen met onmiddellijke werking; – zelfstandig of in aanvulling op andere juridische procedures kunnen worden getroffen; – kunnen worden getroffen in vervolgprocedures.
3 De partijen nemen de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat overtredingen van gebieds- of contactverboden of beschermingsbevelen getroffen uit hoofde van het eerste lid bestraft worden met doeltreffende, evenredige en afschrikkende strafrechtelijke of andere juridische sancties.