Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering Art. 20
IV KOSTELOOZE RECHTSBIJSTAND.
De onderdanen van ieder der contracteerende Staten worden in alle andere contracteerende Staten toegelaten tot het voorrecht van kosteloozen rechtsbijstand op gelijken voet als de eigen onderdanen, mits zich gedragende naar de wetgeving van den Staat, waar de kostelooze rechtsbijstand wordt verlangd.