Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Ko Art. 10
De vreemdeling, die krachtens de bepalingen van het voorgaand artikel voorloopig is aangehouden, zal, ten ware hij uit anderen hoofde behoorde in hechtenis te blijven, in België in vrijheid worden gesteld, indien hij niet binnen vijftien dagen na zijne voorloopige aanhouding mededeeling ontvangt van een der bescheiden in artikel 7 vermeld, in Nederland, indien binnen denzelfden termijn, te rekenen van de dagteekening van het bevel van voorloopige aanhouding, de aanvrage tot uitlevering niet langs diplomatieken weg geschied is, onder overlegging der bescheiden bij het tegenwoordig verdrag voorgeschreven.