Verdrag nopens de wetten en gebruiken van de oorlog te land Art. 4
HOOFDSTUK II Van de krijgsgevangenen.
De krijgsgevangenen zijn in de macht van de vijandelijke Regeering, maar niet van de personen of legerafdeelingen, die hen gevangen hebben genomen.
Zij moeten met menschlievendheid worden behandeld.
Alles wat hun persoonlijk toebehoort, uitgezonderd wapenen, paarden en militaire papieren, blijft hun eigendom.