Verdrag en Statuut nopens het Internationale Spoorwegregime Art. 33
Deel VI Algemeene bepalingen.
Dit Statuut brengt geenszins mede de intrekking van faciliteiten, grooter dan die welke voortvloeien uit de bepalingen van dit Statuut en die aan het internationale spoorwegverkeer toegestaan mochten zijn onder voorwaarden, die met de beginselen van dit Statuut strooken; het brengt evenmin een verbod mede om zoodanige faciliteiten voortaan te verleenen.