Verdrag en Statuut nopens het Internationale Spoorwegregime Art. 40
Deel VI Algemeene bepalingen.
De Verdragstaten verplichten zich om in de bestaande verdragen, die in strijd zouden komen met de bepalingen van dit Statuut, zoodra de omstandigheden dit mogelijk zullen maken en althans op het oogenblik, dat deze verdragen afloopen, alle wijzigingen aan te brengen, waardoor deze verdragen in overeenstemming worden gebracht met de bepalingen van dit Statuut, voor zoover de aardrijkskundige, economische of technische gesteldheid van de landen of streken, die het voorwerp zijn van deze verdragen zulks mogelijk zal maken.