Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemar Art. 133
Titel I Het in werking stellen van de instellingen
1 Vanaf het tijdstip van de toetreding van de Helleense Republiek wordt het voorzitterschap van de Raad uitgeoefend door het lid van de Raad dat, overeenkomstig artikel 2 van het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben in zijn oorspronkelijke versie, het voorzitterschap dient uit te oefenen. Na afloop van dit mandaat wordt het voorzitterschap uitgeoefend in de volgorde van de Lid-Staten die is vastgesteld in bovengenoemd artikel, gewijzigd bij artikel 11 .
2 De Raad brengt in zijn reglement van orde de aanpassingen aan, welke door de toetreding van de Helleense Republiek noodzakelijk zijn geworden.