Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemar Art. 45
HOOFDSTUK 1 Werknemers
1 De artikelen 1 tot en met 6 en 13 tot en met 23 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap zijn in de huidige Lid-Staten ten aanzien van Griekse onderdanen en in Griekenland ten aanzien van onderdanen van de huidige Lid-Staten eerst van toepassing vanaf 1 januari 1988. De huidige Lid-Staten en de Helleense Republiek zijn bevoegd, onderscheidenlijk ten aanzien van Griekse onderdanen en ten aanzien van onderdanen van de huidige Lid-Staten, tot en met 1 januari 1988 de nationale bepalingen waarbij immigratie met het oog op het verrichten van arbeid in loondienst en/of toegang tot arbeid in loondienst aan een voorafgaande vergunning wordt onderworpen, te handhaven.
2 Artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 is in de huidige Lid-Staten ten aanzien van Griekse onderdanen en in Griekenland ten aanzien van onderdanen van de huidige Lid-Staten eerst van toepassing vanaf 1 januari 1986. Familieleden van de werknemer in de zin van artikel 10 van genoemde verordening hebben evenwel het recht een betrekking te hebben op het grondgebied van de Lid-Staat waar zij met de werknemer zijn geïnstalleerd, indien zij ten minste sedert drie jaar op dit grondgebied verblijven. Deze verblijfstermijn wordt met ingang van 1 januari 1984 tot op 18 maanden teruggebracht. De bepalingen van dit lid doen geen afbreuk aan gunstiger nationale bepalingen.