Internationale Overeenkomst tot bescherming der onderzeese t Art. 6
De vaartuigen, die de boeien, bestemd om bij het leggen, bij verstoring of verbreking, de ligging der kabels aan te geven, zien of kunnen zien, moeten zich op minstens een kwart zeemijl van deze boeien verwijderd houden.
De vischtuigen of netten der visschers zullen op denzelfden afstand gehouden moeten worden.