Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemar Art. 9
HOOFDSTUK II DE UITOEFENING VAN HET ACTIEF EN PASSIEF KIESRECHT
1 Een communautair verkiesbaar persoon moet bij het indienen van zijn kandidaatstelling dezelfde bewijzen overleggen als een nationaal kandidaat. Hij moet bovendien een formele verklaring overleggen waarin hij: a. zijn nationaliteit en zijn adres in het kiesgebied van de kandidaat-Staat van verblijf vermeldt, b. te kennen geeft dat hij niet tegelijkertijd in een andere Lid-Staat kandidaat bij de verkiezingen in 1994 voor het Europees Parlement was, c. in voorkomend geval aangeeft, op de kiezerslijst van welk onder een lokale overheid ressorterend gebied of van welke kieskring in een andere Lid-Staat hij de laatste maal was ingeschreven.
2 Een communautair verkiesbaar persoon moet bij zijn kandidaatstelling tevens een verklaring overleggen van de bevoegde administratieve autoriteiten van de Lid-Staat van herkomst waaruit blijkt dat hij zijn passief kiesrecht in die Lid-Staat niet verloren heeft of dat deze autoriteiten daarvan niets bekend is.
3 De kandidaat-Staat van verblijf kan bovendien eisen dat een communautair verkiesbaar persoon een geldig identiteitsbewijs voorlegt; hij kan eveneens verlangen dat de verkiesbare persoon aangeeft sedert wanneer hij onderdaan van een Lid-Staat is.