Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duit Art. 3
Indien de Deense Regering gedurende het in artikel 1 bedoelde tijdvak de Raad ervan in kennis stelt dat zij ingevolge een beslissing die de plaatselijke Regering van de Faeröer heeft genomen niet in staat is de in artikel 1 bedoelde verklaringen af te leggen, beziet de Raad op verzoek van de Deense Regering de aldus in het leven geroepen situatie. De Raad besluit op voorstel van de Commissie inzake de regelingen die dienen te worden getroffen om de problemen op te lossen die deze toestand voor de Gemeenschap en met name voor Denemarken en de Faeröer doet rijzen.