Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Neder Art. 5
1 In de regel worden de grenscontroles door de Gaststaat vóór de grenscontroles door de Staat van bestemming verricht.
2 De ambtenaren van de Staat van bestemming zijn niet gemachtigd tot zodanige controles over te gaan zolang de controles door de Gaststaat niet zijn beëindigd. Wanneer in welke zin ook wordt afgezien van de bedoelde controles, wordt zulks gelijkgesteld met een controle.
3 De ambtenaren van de Gaststaat mogen geen controles meer verrichten zodra de ambtenaren van de Staat van bestemming hun eigen controlewerkzaamheden hebben aangevat, tenzij zij daarvoor de toestemming van de bevoegde ambtenaren van de Staat van bestemming krijgen.
4 Indien de grenscontroles uitzonderlijkerwijs in een andere volgorde verlopen dan zoals bepaald in het eerste lid van dit artikel, mogen de ambtenaren van de Staat van bestemming geen staandehoudingen, aanhoudingen of inbeslagnemingen verrichten zolang de grenscontroles door de Gaststaat niet zijn beëindigd. In dat geval begeleiden de ambtenaren de personen, voertuigen, handelswaar, dieren of andere goederen waarvan de grenscontrole door de Gaststaat nog niet is beëindigd, tot bij de ambtenaren van deze Staat. Indien laatstgenoemde ambtenaren staandehoudingen, aanhoudingen of inbeslagnemingen wensen te verrichten, hebben zij voorrang.