Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der N Art. 1Begripsomschrijvingen
1 Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder: a. „grondgebied”: voor Nederland, het grondgebied van het Koninkrijk in Europa; en voor de Republiek Kosovo, het grondgebied van de Republiek Kosovo; b. „bevoegde autoriteit”: voor Nederland, de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; en, voor de Republiek Kosovo, de minister van Arbeid en Sociaal Welzijn; c. „bevoegd orgaan”: voor Nederland, de Sociale Verzekeringsbank en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen of elke andere instantie aangewezen door de bovengenoemde minister; en, voor de Republiek Kosovo, de minister van Arbeid en Sociaal Welzijn: Afdeling Pensioenen – Divisie Buitenlandse pensioenen; d. „relevante organisatie”: elke organisatie die betrokken is bij de toepassing van dit Verdrag, met inbegrip van onder meer de bevolkingsregisters, belastingautoriteiten, kadasterregisters, kamers van koophandel, politie, gevangeniswezen, immigratiediensten en databases; e. „uitkering”: elke ouderdomsuitkering ingevolge de wetgeving zoals omschreven in artikel 2 ; f. „uitkeringsgerechtigde”: een persoon die een wettelijke ouderdomsuitkering aanvraagt of recht heeft op een wettelijke ouderdomsuitkering; g. „echtgenoot/echtgenote”: de persoon die als zodanig wordt omschreven of aangemerkt door de van toepassing zijnde wetgeving.
2 De andere termen die in dit Verdrag worden gebruikt hebben de betekenis die daaraan respectievelijk in de wetgeving van elk van de verdragsluitende partijen wordt toegekend.