anc. C.civ. · Burgerlijkwetboek (art. 1–515)
anc. C.civ. Art. 38bis
HOOFDSTUK II. _ Voorrechten. — AFDELING IV. _ Hoe voorrechten bewaard worden.
<KBN2 18-04-1967, art. 12> De Staat behoudt het voorrecht, voorzien bij artikel 27, 6°, door inschrijving gedaan, vóór de aanvang der werken, van het proces-verbaal, dat de plaatsbeschrijving vaststelt en van het verslag, opgesteld door het Aankoopcomité, overeenkomstig artikel 7 van het koninklijk besluit van 18 april 1967 betreffende de gezondmaking van de steenkolenvestigingen, die aan hun eerste bestemming zijn onttrokken en door de inschrijving, gedaan na het einde van de werken, van het proces-verbaal, dat de plaatsbeschrijving vaststelt en de eindafrekening van de uitgevoerde werken bevat.
Het voorrecht wordt behouden van de eerste inschrijving af, voor zover dat de tweede inschrijving wordt gedaan binnen de drie maanden van de definitieve oplevering der werken.
Eens deze termijn overschreden, zal het voorrecht slechts van de tweede inschrijving af zijn plaats innemen.
Indien de door het Aankoopcomité gedane schattingen worden betwist, wordt de melding van de rechtsvordering door het Aankoopcomité ingevoerd, overeenkomstig de laatste alinea van artikel 7 van het voormeld besluit, gedaan naast de inschrijving van het betwist proces-verbaal en verslag. De definitieve uitspraak over deze rechtsvordering gedaan, wordt ingeschreven.