anc. C.civ. · Burgerlijkwetboek (art. 1–515)
anc. C.civ. Art. 475ter
TITEL X. - MINDERJARIGHEID, VOOGDIJ EN ONTVOOGDING. — HOOFDSTUK IIbis. - PLEEGVOOGDIJ.
<W 31-03-1987, art. 58> De overeenkomst waarbij de pleegvoogdij tot stand komt en, in voorkomend geval, de toestemming van de echtgenoot van de pleegvoogd worden vastgesteld bij authentieke akte opgemaakt door de vrederechter van de verblijfplaats van de minderjarige of door een notaris.
Deze overeenkomst heeft eerst haar gevolgen nadat zij, op aanvraag van de pleegvoogd, bekrachtigd is door de familierechtbank.
De familierechtbank behandelt de aanvraag in raadkamer. De pleegvoogd en, in voorkomend geval, zijn echtgenoot, het kind indien het meer dan 15 jaar oud is, zijn voogd en toeziende voogd indien het reeds onder voogdij staat, alsmede degenen die overeenkomstig het vorige artikel hun instemming met de pleegvoogdij hebben betuigd, worden door de rechtbank gehoord, althans opgeroepen. (...). De procureur des Konings wordt gehoord of brengt een schriftelijk advies uit.. <W 2001-04-29/39, art. 14, 013; Inwerkingtreding : 01-08- 2001>
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2013-07-30/23, art. 67, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
Verwijst naar
- anc. C.civ. Art. 013
- anc. C.civ. Art. 14
- anc. C.civ. Art. 58