anc. C.civ. · Burgerlijkwetboek (art. 1–515)
anc. C.civ. Art. 8.23
Afdeling 1. Bewijs door ondertekend geschrift — Onderafdeling 3. Onderhandse akte die mede wordt ondertekend door de advocaten van de partijen
Voorwaarden en wettelijke bewijswaarde van de onderhandse akte die mede wordt ondertekend door de advocaten van de partijen
De onderhandse akte die overeenkomstig de bepalingen van deze onderafdeling door de advocaten wordt medeondertekend levert een volledig bewijs op van het geschrift en van de handtekening van de bij de akte betrokken partijen, zowel onderling als tegenover hun erfgenamen of rechtverkrijgenden.
De akte wordt medeondertekend door de advocaten van alle partijen, waarbij elke partij met een onderscheiden belang door een andere advocaat moet worden bijgestaan. In voorkomend geval is de valsheidsprocedure in burgerlijke zaken van toepassing op die akte.
Door de akte mede te ondertekenen, verklaart de advocaat dat hij de partij of partijen die hij bijstaat, volledig heeft ingelicht over de rechtsgevolgen van die akte. Zulks wordt in de akte vermeld.
Behoudens als een bepaling uitdrukkelijk afwijkt van dit artikel, hoeft op de door de advocaten van alle partijen medeondertekende onderhandse akte geen enkele bij wet opgelegde handgeschreven vermelding te worden aangebracht.
Tenzij op de door de advocaten van alle partijen medeondertekende akte een gekwalificeerde elektronische handtekening wordt aangebracht in de zin van artikel 3, 12° van de Verordening EU nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, wordt die akte opgemaakt in ten minste evenveel originele exemplaren als er partijen met een verschillend belang en ondertekenende advocaten zijn.