anc. C.civ. · Burgerlijkwetboek (art. 1–515)
anc. C.civ. Art. 8.29
Hoofdstuk 3. Bewijsmiddelen — Afdeling 3. Bewijs door feitelijke vermoedens
Toelaatbaarheid en bewijswaarde van feitelijke vermoedens
Feitelijke vermoedens zijn enkel toelaatbaar in de gevallen waarin de wet het bewijs met alle bewijsmiddelen toelaat.
Hun bewijswaarde wordt overgelaten aan het oordeel van de rechter, die ze enkel zal aannemen indien zij op één of meer ernstige en precieze aanwijzingen berusten. Voor zover het vermoeden op meerdere aanwijzingen steunt, moeten ze met elkaar overeenstemmend zijn.