anc. C.civ. · Burgerlijkwetboek (art. 1–515)
anc. C.civ. Art. 8.7
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen — Afdeling 6. Wettelijke vermoedens
Werking van de wettelijke vermoedens
Het wettelijk vermoeden dat een wet met bepaalde rechtshandelingen of feiten verbindt, wijzigt het voorwerp van het bewijs of stelt, in voorkomend geval, degene ten voordele van wie het bestaat, ervan vrij het bewijs ervan te leveren.
Het wettelijk vermoeden kan weerlegd worden, behalve:
1° wanneer de wet anders bepaalt;
2° wanneer dit vermoeden tot nietigheid van een rechtshandeling leidt;
3° wanneer dit vermoeden tot de onontvankelijkheid van een vordering in rechte leidt.