C.i.cr. · Wetboek van Strafvordering (art. 1–…)
C.i.cr. Art. 111bis
HOOFDSTUK VIIter/1. [1 - De bescherming van bepaalde bedreigde personen die een openbaar ambt — Afdeling I. [1 - Definities van sommige in dit hoofdstuk voorkomende uitdrukkingen.]1
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
1° bedreigde persoon : een persoon die een ernstig gevaar loopt voor zijn fysieke of psychische integriteit als gevolg van de uitoefening van een openbaar ambt en die hetzij :
a) belast is of was met de opsporing, de vaststelling, het onderzoek, de vervolging of de berechting van misdrijven of met de uitvoering van straffen;
b) belast is of was met de bestuurlijke politie bedoeld in artikel 14 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt;
c) een agent is of was als bedoeld in artikel 3, 2°, van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
2° gezinsleden : de echtgenoot van de bedreigde persoon of de persoon met wie hij samenleeft en een duurzame affectieve en seksuele relatie heeft, de inwonende bloedverwanten van de bedreigde persoon, van diens echtgenoot of van de persoon met wie hij samenleeft en een duurzame affectieve en seksuele relatie heeft, hun inwonende adoptanten en adoptiekinderen en de inwonende bloedverwanten van hun adoptanten en adoptiekinderen;
3° andere bloedverwanten : de niet-inwonende bloedverwanten tot in de derde graad van de bedreigde persoon, van diens echtgenoot of van de persoon met wie hij samenleeft en een duurzame affectieve en seksuele relatie heeft, hun niet-inwonende adoptanten en adoptiekinderen en de niet-inwonende bloedverwanten van hun adoptanten en adoptiekinderen tot in de tweede graad.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-05/10, art. 29, 102; Inwerkingtreding : 03-06-2019>