C.i.cr. · Wetboek van Strafvordering (art. 1–…)
C.i.cr. Art. 1bis
HOOFDSTUK I. - REGELS BETREFFENDE DE STRAFVORDERING EN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.
<ingevoegd bij W 2003-08-05/32, art. 13; Inwerkingtreding : 07-08-2003> § 1. Overeenkomstig het internationaal recht is vervolging onmogelijk tegen :
- buitenlandse staatshoofden, regeringsleiders en ministers van Buitenlandse Zaken, tijdens de periode waarin zij hun functie uitoefenen, alsook tegen de andere personen van wie de immuniteit door het internationaal recht wordt erkend;
- personen die een gehele of gedeeltelijke immuniteit genieten, op grond van een verdrag dat België bindt.
§ 2. Overeenkomstig het internationaal recht kunnen geen aan de uitoefening van de strafvordering verbonden maatregelen worden genomen tijdens zijn verblijf tegen iedere persoon die, door de Belgische autoriteiten of door een in België gevestigde internationale organisatie waarmee België een zetelakkoord heeft gesloten, officieel werd uitgenodigd om op het grondgebied van het Rijk te verblijven.