C.i.cr. · Wetboek van Strafvordering (art. 1–…)
C.i.cr. Art. 507
TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. — HOOFDSTUK IV. - MISDRIJVEN TEGEN DE EERBIED AAN DE GESTELDE OVERHEDEN VERSCHULDIGD.
Ten aanzien van de feitelijkheden die tot misdrijf zijn geworden, of van alle andere op heterdaad vastgestelde misdrijven, gepleegd ter terechtzitting van het Hof van Cassatie, van een hof van beroep of van een hof van assisen (...), gaat het hof onmiddellijk en bij voorrang tot het berechten daarvan over. <W 10-07- 1967, art. 1, 207°>
Het hoort de getuigen, de dader en de raadsman die hij gekozen heeft of die de voorzitter hem heeft toegevoegd; na de feiten te hebben vastgesteld en de procureur-generaal of zijn substituut te hebben gehoord, alles in het openbaar, legt het de straf op bij een met redenen omkleed arrest.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2026-03-11/03, art. 202, 028; Inwerkingtreding : 01-09-2026>