Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C.i.cr. · Wetboek van Strafvordering (art. 1–…)

C.i.cr. Art. 520bis

TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. — HOOFDSTUK VIbis. [1 - Opsporing van personen die zich onttrokken hebben aan de uitvoering van

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

§ 1. De opsporing van personen die zich onttrokken hebben aan de uitvoering van vrijheidsbenemende hoofdstraffen of interneringen wordt gevoerd onder het gezag en de leiding van de magistraat van het openbaar ministerie dat bevoegd is voor de uitvoering van de in gezag of kracht van gewijsde gegane veroordeling.

Het eerste lid is ook van toepassing op personen bedoeld in het eerste lid tegen wie een Europees aanhoudingsbevel, een rechtshulpverzoek of een verzoek tot uitlevering is uitgevaardigd. De bevoegde procureur des Konings is deze van de plaats waar de persoon tegen wie het Europees aanhoudingsbevel of verzoek tot uitlevering is uitgevaardigd, kan worden aangetroffen.

Het bevoegde openbaar ministerie waakt over de wettigheid van de opsporingshandelingen.

§ 2. Behoudens de wettelijke uitzonderingen, verloopt de opsporing van personen die zich onttrokken hebben aan de uitvoering van vrijheidsbenemende hoofdstraffen of interneringen volgens de regels van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek.

Het openbaar ministerie kan over het hele grondgebied van het Rijk alle opsporingshandelingen verrichten of laten verrichten die tot zijn bevoegdheid horen.

§ 3. De politieambtenaren die in het raam van een opsporing bedoeld in paragraaf 1 inlichtingen hebben verzameld die van belang kunnen zijn voor een lopend strafonderzoek of strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek, brengen deze inlichtingen onmiddellijk ter kennis van de bevoegde procureur des Konings. Wanneer zij in de loop van een opsporing zoals bedoeld in paragraaf 1 feiten ontdekken die een misdrijf kunnen uitmaken, stellen zij het bevoegde openbaar ministerie hiervan onmiddellijk in kennis.

Het bevoegde openbaar ministerie kan de inlichtingen bedoeld in het eerste lid, die op regelmatige wijze zijn verzameld, aanwenden in het kader van de uitoefening van zijn wettelijke opdrachten in een lopend strafonderzoek of strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-05/10, art. 58, 019; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
  • (2)<W 2026-03-11/03, art. 204, 028; Inwerkingtreding : 01-09-2026>