Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C.i.cr. · Wetboek van Strafvordering (art. 1–…)

C.i.cr. Art. 5ter

HOOFDSTUK I. - REGELS BETREFFENDE DE STRAFVORDERING EN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

Elke belanghebbende derde die volgens de door de rechtspleging verschafte aanwijzingen krachtens zijn rechtmatig bezit rechten kan doen gelden op de zaken bedoeld in de artikelen 53, 54, 501, 502 en 503 van het Strafwetboek, of in artikel 4, § 6, van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, wordt op de hoogte gebracht van de rechtsdag voor het gerecht dat zal vonnissen over de grond van de zaak.

Elke belanghebbende derde die volgens de door de rechtspleging verschafte aanwijzingen krachtens zijn rechtmatig bezit rechten kan doen gelden op de inrichting die in aanmerking komt voor sluiting op grond van artikel 59 van het Strafwetboek, wordt op de hoogte gebracht van de rechtsdag voor het gerecht dat zal vonnissen over de grond van de zaak. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving kan de rechter de sluiting van de inrichting niet uitspreken.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2026-03-11/03, art. 3, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>