anc. C.pén. Art. 134
Titel IX, Hoofdstuk III, op deze feiten gesteld zijn, vervangen als volgt : — HOOFDSTUK III. - MISDADEN TEGEN DE INWENDIGE VEILIGHEID VAN DE STAAT.
Geen straf wordt uit hoofde van oproer uitgesproken tegen hen die van die benden deel uitmaken zonder daarin enig bevel te voeren en zonder daarin enige bediening of enige functie te vervullen en die zich verwijderen op de eerste waarschuwing van de burgerlijke of de militaire overheid, of zelfs naderhand, wanneer zij buiten de plaats van de oproerige bijeenkomst worden gevat zonder tegenstand te bieden en zonder wapens.
Zij worden echter gestraft wegens de andere misdaden of wanbedrijven die zij persoonlijk hebben gepleegd.