Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

Codes des droits et taxes divers - Anciennement : Code des t · 2 MAART 1927. - Wetboek diverse rechten en taksen - Eertijds : Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen <Opschrift Vervangen bij W 2006-12-19/33, art. 2)

Codes des droits et taxes divers - Anciennement : Code des t Art. 211bis

Boek II. [Diverse taksen] <Ingevoegd bij W 2006-12-19/33, art. 42, Inwerkingtreding : 01-01-2007> — Titel V. [[1 Bepalingen]1 gemeen aan alle belastingen] <Oorspronkelijke titel XVI (art. 211) ingevoegd bij R 1947-

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

§ 1. Dit artikel legt de voorschriften en procedures vast voor de samenwerking tussen België en de andere lidstaten van de Europese Unie met het oog op de uitwisseling van inlichtingen die naar verwachting van belang zijn voor de administratie en de handhaving van de nationale wetgeving van alle lidstaten met betrekking tot de diverse rechten en taksen.

Dit artikel legt tevens de bepalingen vast voor de elektronische uitwisseling van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen.

Dit artikel laat de toepassing van de regels inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken onverlet. Zij laat eveneens onverlet de verplichtingen van de lidstaten inzake ruimere administratieve samenwerking, welke voortvloeien uit andere rechtsinstrumenten, waaronder bilaterale en multilaterale overeenkomsten.

§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :

1° "richtlijn " : de richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van richtlijn 77/799/EEG;

2° "lidstaat" : een lidstaat van de Europese Unie;

3° "centraal verbindingsbureau" : het bureau dat als zodanig is aangewezen door de bevoegde autoriteit en belast is met de primaire zorg voor de contacten met de andere lidstaten op het gebied van de administratieve samenwerking;

4° "verbindingsdienst" : elk ander bureau dan het centraal verbindingsbureau dat als zodanig is aangewezen door de bevoegde autoriteit om op grond van dit artikel rechtstreeks inlichtingen uit te wisselen;

5° "bevoegde ambtenaar" : elke ambtenaar die op grond van dit artikel gemachtigd is door de bevoegde autoriteit om rechtstreeks inlichtingen uit te wisselen;

6° "Belgische bevoegde autoriteit" : de door België als zodanig aangewezen autoriteit. Het Belgisch centraal verbindingsbureau, de Belgische verbindingsdiensten en de Belgische bevoegde ambtenaren worden eveneens als Belgische bevoegde autoriteit bij delegatie beschouwd;

7° "buitenlandse bevoegde autoriteit" : de door een lidstaat andere dan België, als zodanig aangewezen autoriteit. Het centraal verbindingsbureau, de verbindingsdiensten en de bevoegde ambtenaren van deze lidstaat worden eveneens als buitenlandse bevoegde autoriteit bij delegatie beschouwd;

8° "verzoekende autoriteit" : het centraal verbindingsbureau, een verbindingsdienst, of elke bevoegde ambtenaar van een lidstaat die namens de Belgische of een buitenlandse bevoegde autoriteit om bijstand verzoekt;

9° "aangezochte autoriteit" : het centraal verbindingsbureau, een verbindingsdienst of elke bevoegde ambtenaar van een lidstaat die namens de Belgische of een buitenlandse bevoegde autoriteit om bijstand wordt verzocht;

10° "administratief onderzoek" : alle door de lidstaten bij het vervullen van hun taken verrichte controles, onderzoeken en acties ter waarborging van de juiste toepassing van de belastingwetgeving;

11° a) voor de toepassing van paragrafen 6, eerste lid, 6/1 en 6/3, de systematische verstrekking van vooraf bepaalde inlichtingen aan een andere lidstaat, zonder voorafgaand verzoek, met regelmatige, vooraf vastgestelde tussenpozen;

b) voor de toepassing van alle andere bepalingen van dit artikel andere dan deze van de paragrafen 6, eerste lid, 6/1 en 6/3, de systematische verstrekking van vooraf bepaalde inlichtingen overeenkomstig de punten a) en b) van dit punt.

12° "spontane uitwisseling" : het niet-systematisch, te eniger tijd en ongevraagd verstrekken van inlichtingen aan een andere lidstaat;

13° "persoon" :

a. een natuurlijk persoon;

b. een rechtspersoon;

c. indien de geldende wetgeving in die mogelijkheid voorziet, een vereniging van personen die bevoegd is rechtshandelingen te verrichten, maar niet de status van rechtspersoon bezit; of

d. een andere juridische constructie, ongeacht de aard of de vorm, met of zonder rechtspersoonlijkheid, die activa, met inbegrip van de daardoor gegenereerde inkomsten, bezit of beheert welke aan belastingen in de zin van de richtlijn zijn onderworpen;

14° "langs elektronische weg" : door middel van elektronische apparatuur voor gegevensverwerking - met inbegrip van digitale compressie - en gegevensopslag, met gebruikmaking van kabels, radio, optische technologie of andere elektromagnetische middelen;

15° "CCN-netwerk" : het op het gemeenschappelijke communicatienetwerk gebaseerde gemeenschappelijke platform dat de Europese Unie heeft ontwikkeld voor het elektronische berichtenverkeer tussen autoriteiten die bevoegd zijn op het gebied van douane en belastingen.

16° "grensoverschrijdende voorafgaande fiscale beslissing" : elk akkoord, elke mededeling of enig ander instrument of handeling met soortgelijke effecten, inbegrepen deze verstrekt, gewijzigd of hernieuwd, in het kader van een belastingcontrole, en die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen :

a) verstrekt, gewijzigd of hernieuwd door de FOD Financiën, ongeacht of deze beslissingen effectief gebruikt worden;

b) verstrekt, gewijzigd of hernieuwd, voor een welbepaalde persoon of groep van personen, en voor zover deze persoon of groep van personen er zich kan op beroepen;

c) betreft de interpretatie of toepassing van een wettelijke of administratieve bepaling betreffende de handhaving of de toepassing van dit Wetboek en de met de diverse rechten en taksen verband houdende autonome bepalingen;

d) heeft betrekking op een grensoverschrijdende verrichting en

e) is tot stand gekomen voorafgaand aan de indiening van een belastingaangifte voor het tijdvak waarin de verrichting of reeks verrichtingen of de activiteiten hebben plaatsgevonden.

17° "grensoverschrijdende verrichting" als vermeld in de bepaling onder 16° : een verrichting of reeks van verrichtingen die voldoen aan een of meer van de volgende voorwaarden :

a) waarbij niet alle partijen betrokken bij de verrichting of reeks van verrichtingen fiscaal inwoners van België zijn dat de grensoverschrijdende voorafgaande fiscale beslissing heeft verstrekt, gewijzigd of hernieuwd;

b) waarbij een van de partijen bij de verrichting of reeks van verrichtingen haar fiscale woonplaats tegelijkertijd in meer dan een rechtsgebied heeft;

c) wanneer de verrichtingen of reeks van verrichtingen een grensoverschrijdend effect hebben.

18° "verbonden onderneming", voor de toepassing van paragraaf 6/3: een persoon die gelieerd is met een andere persoon op ten minste een van de volgende wijzen:

a) een persoon neemt deel aan de leiding van een andere persoon waarbij hij invloed van betekenis kan uitoefenen op die andere persoon;

b) een persoon neemt deel aan de zeggenschap over een andere persoon door middel van een deelneming van meer dan 25 % van de stemrechten;

c) een persoon neemt deel in het kapitaal van een andere persoon door middel van een eigendomsrecht van, rechtstreeks of middellijk, meer dan 25 % van het kapitaal;

d) een persoon heeft recht op 25 % of meer van de winsten van een andere persoon.

Indien meer dan één persoon deelneemt, als bedoeld onder a) tot en met d), aan de leiding van, aan de zeggenschap over of in het kapitaal of de winsten van dezelfde persoon, worden alle betrokken personen als verbonden ondernemingen beschouwd.

Indien dezelfde personen deelnemen, als bedoeld onder a) tot en met d), aan de leiding van, aan de zeggenschap over of in het kapitaal of de winsten van meer dan één persoon, worden alle betrokken personen als verbonden ondernemingen beschouwd.

Voor de toepassing van dit punt wordt een persoon die met betrekking tot de stemrechten of het kapitaalbezit van een entiteit samen met een andere persoon optreedt, beschouwd als houder van een deelneming in alle stemrechten of het volledige kapitaalbezit dat die andere persoon in de genoemde entiteit heeft.

Bij middellijke deelneming wordt vastgesteld of aan de eisen onder c) is voldaan door vermenigvuldiging van de deelnemingspercentages door de opeenvolgende niveaus heen. Een persoon die meer dan 50 % van de stemrechten houdt, wordt geacht 100 % te houden.

Een natuurlijk persoon, zijn of haar echtgenoot en bloedverwanten in de rechte lijn worden behandeld als één persoon.

19° "gezamenlijke audit": een administratief onderzoek dat gezamenlijk door de bevoegde autoriteiten van twee of meer lidstaten wordt uitgevoerd, en verband houdt met een of meer personen van gezamenlijk of complementair belang voor de bevoegde autoriteiten van die lidstaten;

20° "gegevensinbreuk": een inbreuk op de beveiliging die leidt tot vernietiging, verlies, wijziging of elk voorval van ongepaste of ongeoorloofde inzage, openbaarmaking of gebruik van inlichtingen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, persoonsgegevens die worden doorgegeven, opgeslagen of anderszins verwerkt, als gevolg van opzettelijke onwettige handelingen, nalatigheid of ongevallen. Een gegevensinbreuk kan betrekking hebben op de vertrouwelijkheid, de beschikbaarheid en de integriteit van gegevens.

§ 3. De Belgische bevoegde autoriteit wisselt met de buitenlandse bevoegde autoriteiten inlichtingen uit.

§ 4. Met betrekking tot een specifiek geval kan de Belgische bevoegde autoriteit een buitenlandse bevoegde autoriteit verzoeken alle in de eerste § vermelde inlichtingen die deze in haar bezit heeft of naar aanleiding van een administratief onderzoek verkregen heeft, te verstrekken. Het verzoek kan een met redenen omkleed verzoek om een bepaald administratief onderzoek in te stellen, omvatten.

De Belgische bevoegde autoriteit kan de aangezochte autoriteit verzoeken haar de originele stukken over te maken.

§ 5. De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt op verzoek van een buitenlandse bevoegde autoriteit met betrekking tot een specifiek geval alle in de eerste § vermelde inlichtingen die ze in haar bezit heeft of naar aanleiding van een administratief onderzoek verkregen heeft, dat werd ingesteld om die inlichtingen te verkrijgen.

In voorkomend geval deelt de Belgische bevoegde autoriteit de verzoekende autoriteit mee op welke gronden zij een administratief onderzoek niet noodzakelijk acht.

Voor het verkrijgen van de gevraagde inlichtingen of het verrichten van het gevraagde administratief onderzoek gaat de Belgische bevoegde autoriteit te werk volgens dezelfde procedures als handelde zij uit eigen beweging of op verzoek van een andere Belgische instantie.

Op specifiek verzoek van de verzoekende autoriteit verstrekt de Belgische bevoegde autoriteit de originele stukken, tenzij de Belgische voorschriften zich hiertegen verzetten.

De inlichtingen worden door de Belgische bevoegde autoriteit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk drie maanden na de datum van ontvangst van het verzoek verstrekt. Indien de Belgische bevoegde autoriteit evenwel de inlichtingen al in haar bezit heeft, verstrekt zij deze binnen twee maanden. In bijzondere gevallen kunnen de Belgische bevoegde autoriteit en de verzoekende autoriteit een andere termijn overeenkomen.

De ontvangst van het verzoek wordt door de Belgische bevoegde autoriteit aan de verzoekende autoriteit onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk zeven werkdagen na ontvangst, indien mogelijk langs elektronische weg, bevestigd.

De Belgische bevoegde autoriteit laat in voorkomend geval, uiterlijk een maand na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit weten welke tekortkomingen het verzoek vertoont en preciseert welke aanvullende achtergrondinformatie zij verlangt. In dit geval gaan de in het vijfde lid gestelde termijnen in op de datum waarop de Belgische bevoegde autoriteit de aanvullende informatie ontvangt.

Indien de Belgische bevoegde autoriteit niet binnen de gestelde termijn aan het verzoek kan voldoen, deelt zij de redenen hiervoor onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk drie maanden na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit mee, met vermelding van de datum waarop zij meent aan het verzoek te kunnen voldoen. Deze termijn mag niet langer zijn dan zes maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek.

Indien de Belgische bevoegde autoriteit niet over de gevraagde inlichtingen beschikt en niet aan het verzoek om inlichtingen kan voldoen of het verzoek om de in § 20 genoemde redenen afwijst, deelt zij de redenen hiervoor onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk een maand na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit mee.

§ 5/1. Wat betreft een in paragraaf 4 en in paragraaf 5 bedoeld verzoek worden de verzochte inlichtingen geacht van verwacht belang te zijn indien op het ogenblik van het verzoek de verzoekende autoriteit van oordeel is dat er overeenkomstig haar nationale wetgeving een redelijke mogelijkheid bestaat dat de verzochte inlichtingen van belang zullen zijn voor de belastingaangelegenheden van één of meer belastingplichtigen, hetzij bij naam geïdentificeerd of anderszins, en het verzoek gerechtvaardigd is voor de doeleinden van het onderzoek.

Om het verwacht belang van de verzochte inlichtingen aan te tonen, verstrekt de verzoekende autoriteit ten minste de volgende inlichtingen aan de aangezochte autoriteit:

a) het fiscale doel waarvoor de informatie wordt opgevraagd;

b) een specificering van de inlichtingen die nodig zijn voor de uitvoering of handhaving van haar nationale recht.

§ 5/2. Een in § 4 en in § 5 bedoeld verzoek kan betrekking hebben op een groep belastingplichtigen die niet individueel kunnen worden geïdentificeerd, maar die uitsluitend kunnen worden aangeduid op basis van een gemeenschappelijke reeks kenmerken.

In dergelijke gevallen, verstrekt de verzoekende autoriteit de volgende informatie aan de aangezochte autoriteit:

a) een gedetailleerde beschrijving van de groep;

b) een toelichting bij de toepasselijke wetgeving en bij de feiten op basis waarvan redelijkerwijze vermoed kan worden dat de belastingplichtigen in de groep de toepasselijke wetgeving niet hebben nageleefd;

c) een toelichting bij de manier waarop de gevraagde inlichtingen zouden bijdragen tot het bepalen van de mate waarin de belastingplichtigen in de groep aan hun verplichtingen voldoen;

d) in voorkomend geval, feiten en omstandigheden die verband houden met de tussenkomst van een derde die actief heeft bijgedragen tot de mogelijke niet-naleving van de toepasselijke wetgeving door de belastingplichtigen in de groep.

§ 6. De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt de buitenlandse bevoegde autoriteit automatisch alle inlichtingen waarover zij ten aanzien van ingezetenen van die andere lidstaat beschikt inzake de volgende specifieke inkomsten- en vermogenscategorieën, op te vatten in de zin van de Belgische wetgeving:

a) inkomen uit een dienstbetrekking;

b) tantièmes en presentiegelden;

c) levensverzekeringsproducten die niet vallen onder andere Unierechtsinstrumenten inzake de uitwisseling van inlichtingen noch onder soortgelijke voorschriften;

d) pensioenen;

e) eigendom van en inkomsten uit onroerend goed;

f) royalty's;

g) inkomsten uit dividenden zonder bewaarneming, met uitzondering van inkomsten uit dividenden die zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting overeenkomstig artikel 4, 5 of 6 van Richtlijn 2011/96/EU van de Raad.

Voor belastingtijdvakken die ingaan op of na 1 januari 2024, omvat de verstrekking van de in de eerste alinea genoemde inlichtingen het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer (TIN) van ingezetenen.

België stelt de Commissie jaarlijks in kennis van ten minste twee inkomsten- en vermogenscategorieën die zijn opgenomen in de eerste alinea ten aanzien waarvan zij inlichtingen verstrekken over ingezetenen van een andere lidstaat.

België stelt de Commissie vóór 1 januari 2026 in kennis van ten minste vijf categorieën die zijn opgenomen in het eerste lid, ten aanzien waarvan de bevoegde autoriteit van elke andere lidstaat automatisch inlichtingen verstrekt over ingezetenen van die andere lidstaat. Deze inlichtingen hebben betrekking op belastbare tijdperken die ingaan op of na 1 januari 2026.

De inlichtingen worden ten minste eenmaal per jaar verstrekt, binnen zes maanden na het verstrijken van het kalenderjaar in de loop waarvan de inlichtingen beschikbaar zijn geworden.

"Beschikbare inlichtingen" betekent inlichtingen die zich in de belastingdossiers van de inlichtingenverstrekkende lidstaat bevinden en die opvraagbaar zijn overeenkomstig de procedures voor het verzamelen en verwerken van inlichtingen in die lidstaat.

§ 6/1. In het kader van de verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen over grensoverschrijdende voorafgaande fiscale beslissingen, zijn de voorwaarden de volgende :

1° uitgezonderd in de gevallen bedoeld in de bepaling onder 6° van deze paragraaf, verstrekt de Belgische bevoegde autoriteit automatisch inlichtingen aan de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten en de Europese Commissie, overeenkomstig de volgens § 24 vastgestelde van toepassing zijnde praktische modaliteiten wanneer een grensoverschrijdende voorafgaande fiscale beslissing werd verstrekt, gewijzigd of hernieuwd na 31 december 2016.

2° de Belgische bevoegde autoriteit verstrekt eveneens, overeenkomstig de volgens § 24 vastgestelde van toepassing zijnde praktische modaliteiten, aan de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten, evenals aan de Europese Commissie, de inlichtingen over grensoverschrijdende voorafgaande fiscale beslissingen die zijn verstrekt, gewijzigd of hernieuwd binnen de periode beginnend vijf jaar vóór 1 januari 2017, met uitzondering van de gevallen bedoeld in de bepaling onder 6° van deze paragraaf.

Indien de grensoverschrijdende voorafgaande fiscale beslissingen werden verstrekt, gewijzigd of hernieuwd tussen 1 januari 2012 en 31 december 2013, worden deze inlichtingen verstrekt op voorwaarde dat die grensoverschrijdende voorafgaande fiscale beslissingen nog geldig waren op 1 januari 2014.

Als grensoverschrijdende voorafgaande fiscale beslissingen werden verstrekt, gewijzigd of hernieuwd tussen 1 januari 2014 en 31 december 2016, worden die inlichtingen verstrekt ongeacht of die grensoverschrijdende voorafgaande fiscale beslissingen al dan niet nog geldig zijn.

3° De bepalingen 1° en 2° zijn niet van toepassing in gevallen waarin een voorafgaande grensoverschrijdende ruling betrekking heeft op belastingaangelegenheden van een of meer natuurlijke personen, tenzij een dergelijke voorafgaande grensoverschrijdende ruling na 1 januari 2026 is afgegeven, gewijzigd of hernieuwd, en:

a) het bedrag van de transactie of reeks transacties van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling groter is dan 1.500.000 euro (of het equivalent daarvan in een andere valuta), indien dat bedrag wordt vermeld in de voorafgaande grensoverschrijdende ruling; of

b) de voorafgaande grensoverschrijdende ruling bepaalt of een persoon al dan niet fiscaal ingezetene is van de lidstaat die de ruling afgeeft.

Voor de toepassing van punt a), en onverminderd het in de voorafgaande grensoverschrijdende ruling bedoelde bedrag, omvat het bedrag van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling bij een reeks transacties met betrekking tot verschillende goederen, diensten of activa, de totale onderliggende waarde. De bedragen worden niet geaggregeerd indien dezelfde goederen, diensten of activa meerdere malen worden verhandeld.

Niettegenstaande het bepaalde in punt b), vallen voorafgaande grensoverschrijdende rulings inzake bronbelasting op inkomsten uit arbeid, tantièmes en presentiegelden of pensioenen van niet-ingezetenen niet onder de uitwisseling van inlichtingen over voorafgaande grensoverschrijdende rulings met betrekking tot natuurlijke personen;

4° De uitwisseling van inlichtingen geschiedt als volgt :

a) voor de op grond van 1° uitgewisselde inlichtingen: onverwijld zodra de voorafgaande grensoverschrijdende rulings of voorafgaande verrekenprijsafspraken zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd en uiterlijk binnen drie maanden na het einde van het semester van het kalenderjaar waarin de voorafgaande grensoverschrijdende rulings of voorafgaande verrekenprijsafspraken zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd;

b) voor de overeenkomstig de bepaling onder 2°, uitgewisselde inlichtingen : vóór 1 januari 2018.

5° De door de Belgische bevoegde autoriteit uit hoofde van de bepalingen onder 1° en 2° van dit artikel te verstrekken inlichtingen omvatten de volgende gegevens :

a) de identificatie van de rechtspersoon, tenzij de voorafgaande grensoverschrijdende ruling betrekking heeft op een natuurlijke persoon en overeenkomstig de bepalingen 1° en 4° wordt verstrekt, en in voorkomend geval de groep personen waartoe die persoon behoort;

b) een samenvatting van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of voorafgaande verrekenprijsafspraak, daaronder begrepen een omschrijving van de relevante zakelijke activiteiten of transacties of reeks van transacties, alsook alle andere inlichtingen die voor de bevoegde autoriteit nuttig kunnen zijn bij de evaluatie van een mogelijk belastingrisico, die niet mag leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of van inlichtingen waarvan het verstrekken in strijd zou zijn met de openbare orde;

c) de data van de aflevering, wijziging of hernieuwing van de grensoverschrijdende voorafgaande fiscale beslissing;

d) de aanvangsdatum van de geldigheidsperiode van de grensoverschrijdende voorafgaande fiscale beslissing, indien vermeld;

e) de einddatum van de geldigheidsperiode van de grensoverschrijdende voorafgaande fiscale beslissing, indien vermeld;

f) het type grensoverschrijdende voorafgaande fiscale beslissing;

g) het bedrag van de verrichting of reeks van verrichtingen van de grensoverschrijdende voorafgaande fiscale beslissing, indien vermeld in de grensoverschrijdende voorafgaande fiscale beslissing;

h) in voorkomend geval, de identificatie van de andere lidstaten die mogelijks betrokken zijn bij de grensoverschrijdende voorafgaande fiscale beslissing;

i) rechtpersonen, tenzij de voorafgaande grensoverschrijdende ruling betrekking heeft op een natuurlijke persoon en overeenkomstig de bepalingen 1° en 4° wordt verstrekt, in de andere lidstaten, indien die er zijn, waarop de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of de voorafgaande verrekenprijsafspraak naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn waarbij vermeld dient te worden met welke lidstaten de getroffen personen verbonden zijn; en

6° Inlichtingen gedefinieerd in de bepaling onder 5°, a), b), en i) van deze paragraaf worden niet medegedeeld aan de Europese Commissie.

7° De Belgische bevoegde autoriteit bevestigt de ontvangst van de inlichtingen, indien mogelijk langs elektronische weg, zonder uitstel en in elk geval niet later dan zeven werkdagen na ontvangst, aan de verstrekkende bevoegde autoriteit. Deze maatregel is van toepassing totdat het in § 24, 3de en 4de lid, bedoelde gegevensbestand operationeel wordt.

8° De Belgische bevoegde overheid kan overeenkomstig § 4 en met inachtneming van de bepalingen van § 24, 2de lid, om aanvullende inlichtingen verzoeken, daaronder begrepen de volledige tekst van een grensoverschrijdende voorafgaande fiscale beslissing.

Voor de belastbare tijdperken die aanvangen op 1 januari 2028 of later, bevat de mededeling van de inlichtingen vermeld in 6°, a) en k) van het eerste lid het fiscaal identificatienummer van de rijksinwoner dat werd afgeleverd door het rechtsgebied van verblijf.

§ 6/2. De Belgische bevoegde autoriteit deelt op jaarlijkse basis aan de commissie mee de statistieken over het volume van de automatische uitwisseling in toepassing van de paragrafen 6 en 6/1, alsook de inlichtingen over de kosten en baten, administratief en andere, verbonden aan de uitwisseling die plaats heeft gevonden, en aan de eventuele wijzigingen, zowel voor de belastingadministraties als voor derden.

De Belgische bevoegde autoriteit deelt aan de Commissie mee alle relevante inlichtingen die nodig zijn voor de evaluatie van de efficiëntie van de administratieve samenwerking voorzien door dit artikel in het licht van de strijd tegen de fiscale fraude en ontduiking.

De Belgische bevoegde autoriteit controleert en evalueert de efficiëntie van de administratieve samenwerking voorzien door dit artikel, met name wat betreft de strijd tegen de belastingontduiking en deelt de Commissie de resultaten van zijn evaluatie eenmaal per jaar mee via een formulier en volgens de modaliteiten voorzien door de Commissie.

§ 6/3. De Belgische bevoegde autoriteit deelt binnen de in het derde lid bepaalde termijn de in het tweede lid bedoelde gegevens inzake grensoverschrijdende constructies, waarvan zij ingelicht is door de intermediair of de relevante belastingplichtige overeenkomstig de artikelen 211bis/1 tot en met 211bis/8 via automatische uitwisseling mee aan de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten.

De door de Belgische bevoegde autoriteit uit hoofde van het vorige lid mee te delen gegevens zijn de volgende, voor zover van toepassing:

1° de identificatiegegevens van intermediairs, en relevante belastingplichtigen, bedoeld in artikel 211bis/1, 4° en 5°, met uitzondering van intermediairs die op grond van het juridisch beroepsgeheim van de meldingsplicht vrijgesteld zijn overeenkomstig artikel 221bis/7, met inbegrip van hun naam, geboortedatum en -plaats (in het geval van een natuurlijk persoon), fiscale woonplaats, fiscaal identificatienummer, en, in voorkomend geval, van de personen die overeenkomstig paragraaf 2, 21° een verbonden onderneming vormen met de relevante belastingplichtige;

2° nadere bijzonderheden over de wezenskenmerken bedoeld in artikel 211bis/1 op grond waarvan de grensoverschrijdende constructie gemeld moet worden;

3° een samenvatting van de inhoud van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie, met onder meer de benaming waaronder zij algemeen bekend staat, indien voorhanden, en een beschrijving van de relevante constructies, alsook alle andere inlichtingen die voor de bevoegde autoriteit van belang kunnen zijn bij het beoordelen van een mogelijk belastingrisico, die niet mag leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of van inlichtingen waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde;

4° de datum waarop de eerste stap voor de implementatie van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie is of zal worden ondernomen;

5° nadere bijzonderheden van de nationale bepalingen die aan de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie ten grondslag liggen;

6° de waarde van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie;

7° de lidstaat van de relevante belastingbetaler(s) en eventuele andere lidstaten waarop de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn;

8° de identificatiegegevens van andere personen in een lidstaat, op wie de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn, waarbij wordt vermeld met welke lidstaten deze personen verbonden zijn.

De automatische uitwisseling geschiedt binnen één maand te rekenen vanaf het einde van het kwartaal waarin de inlichtingen zijn verstrekt. De eerste inlichtingen worden uiterlijk op 31 oktober 2020 meegedeeld.

De inlichtingen bedoeld in het tweede lid, 1°, 3° en 8°, van deze paragraaf, worden niet medegedeeld aan de Europese Commissie.

Voor de belastbare tijdperken die aanvangen op 1 januari 2028 of later, bevat de mededeling van de gegevens betreffende de grensoverschrijdende regelingen het fiscaal identificatienummer van de personen bepaald in het tweede lid, 8°.

§ 7. De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt spontaan, in elk van de volgende gevallen, de in de eerste § bedoelde inlichtingen aan de buitenlandse bevoegde autoriteit :

1° de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om aan te nemen dat in de andere lidstaat een derving van belasting kan bestaan;

2° een belastingplichtige verkrijgt in België een vrijstelling of vermindering van belasting die voor hem een belastingplicht of een hogere belasting in de andere lidstaat zou moeten meebrengen;

3° transacties tussen een belastingplichtige in België en een belastingplichtige in een andere lidstaat worden over één of meer andere landen geleid, op zodanige wijze dat daardoor in één van beide of in beide lidstaten een belastingbesparing kan ontstaan;

4° de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om aan te nemen dat er belastingbesparing kan ontstaan door een kunstmatige verschuiving van winsten binnen een groep van ondernemingen;

5° de aan de Belgische bevoegde autoriteit verstrekte inlichtingen door een buitenlandse bevoegde autoriteit, hebben informatie opgeleverd die voor de vaststelling van de belastingschuld in die andere lidstaat toereikend, ter zake dienend en niet overmatig is.

De Belgische bevoegde autoriteit kan een buitenlandse bevoegde autoriteit spontaan alle inlichtingen meedelen waarvan zij kennis heeft en die voor deze buitenlandse bevoegde autoriteit toereikend, ter zake dienend en niet overmatig zijn.

De in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden door de Belgische bevoegde autoriteit zo snel mogelijk, en uiterlijk binnen een maand nadat deze beschikbaar worden, aan de buitenlandse bevoegde autoriteit van elke betrokken lidstaat verstrekt.

§ 8. De ontvangst van de in § 7 bedoelde inlichtingen wordt door de Belgische bevoegde autoriteit onmiddellijk en in elk geval binnen zeven werkdagen na ontvangst, indien mogelijk langs elektronische weg, aan de verstrekkende buitenlandse bevoegde autoriteit bevestigd.

§ 9. Met het oog op de uitwisseling van de inlichtingen als bedoeld in § 1, kan de Belgische bevoegde autoriteit een buitenlandse bevoegde autoriteit verzoeken dat door eerstgenoemde gemachtigde ambtenaren onder de voorwaarden die zijn vastgesteld door de buitenlandse bevoegde autoriteit mogen:

1° aanwezig zijn, op het grondgebied van de lidstaat, in de kantoren waar de administratieve autoriteiten van de lidstaatzijn taken vervullen;

2° aanwezig zijn bij administratieve onderzoeken die worden uitgevoerd op het grondgebied van de buitenlandse bevoegde autoriteit;

3° deelnemen aan de administratieve onderzoeken die worden uitgevoerd op het grondgebied van de andere lidstaat, met gebruikmaking van elektronische communicatiemiddelen, in voorkomend geval.

In de gevallen waarin de door België gemachtigde ambtenaren aanwezig zijn bij de administratieve onderzoeken of eraan deelnemen door middel van elektronische communicatiemiddelen, kunnen zij personen ondervragen en bescheiden onderzoeke, onder voorbehoud van de door de buitenlandse bevoegde autoriteit gedefinieerde proceduremodaliteiten.

§ 10. Met het oog op de uitwisseling van de in § 1 bedoelde inlichtingen kan de bevoegde autoriteit van een lidstaat de Belgische bevoegde autoriteit verzoeken dat door eerstgenoemde gemachtigde ambtenaren onder de voorwaarden die zijn vastgesteld door de Belgische bevoegde autoriteit mogen:

1° aanwezig zijn, in België, in de kantoren waar de FOD Financiën zijn taken vervult;

2° aanwezig zijn bij administratieve onderzoeken die worden uitgevoerd op Belgisch grondgebied;

3° deelnemen aan de administratieve onderzoeken die worden uitgevoerd op Belgisch grondgebied, met gebruikmaking van elektronische communicatiemiddelen, in voorkomend geval.

De Belgische bevoegde autoriteit antwoordt op het overeenkomstig de eerste alinea ingediende verzoek binnen een termijn van 60 dagen na ontvangst van het verzoek, om haar instemming te bevestigen of haar gemotiveerde weigering aan de buitenlandse bevoegde autoriteit mee te delen.

Indien de gevraagde inlichtingen vermeld staan in bescheiden waartoe de ambtenaren van de Belgische bevoegde autoriteit toegang hebben, ontvangen de ambtenaren van de verzoekende autoriteit een afschrift van die bescheiden.

Indien ambtenaren van de verzoekende autoriteit aanwezig zijn tijdens een administratief onderzoek of daaraan deelnemen met gebruikmaking van elektronische communicatiemiddelen, mogen zij personen ondervragen en bescheiden onderzoeken, onder de voorwaarden die zijn vastgesteld door de Belgische bevoegde autoriteit.

Elke weigering door een persoon op wie een onderzoek betrekking heeft, om de controlemaatregelen van de ambtenaren van de verzoekende autoriteit na te leven, wordt door de Belgische bevoegde autoriteit beschouwd als een weigering tegenover haar eigen ambtenaren.

De door de verzoekende lidstaat gemachtigde ambtenaren die overeenkomstig het eerste lid in België aanwezig zijn, moeten steeds een schriftelijk mandaat kunnen voorleggen waarin hun identiteit en hun officiële hoedanigheid worden vermeld.

§ 11. In de gevallen waarin België met één of meer lidstaten overeenkomt om gelijktijdig, elk op het eigen grondgebied, bij een of meer personen te wier aanzien zij een gezamenlijk of complementair belang hebben, controles te verrichten en de aldus verkregen inlichtingen uit te wisselen, is deze § van toepassing.

De Belgische bevoegde autoriteit bepaalt autonoom welke personen zij voor een gelijktijdige controle wil voorstellen. Zij deelt de buitenlandse bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaten met opgave van redenen mee welke dossiers zij voor een gelijktijdige controle voorstelt. Zij bepaalt binnen welke termijn de controle moet plaatsvinden.

Wanneer aan de Belgische bevoegde autoriteit een gelijktijdige controle wordt voorgesteld, beslist zij of ze aan de gelijktijdige controle wenst deel te nemen. Zij doet de buitenlandse bevoegde autoriteit die de controle voorstelt een bevestiging van deelname of een gemotiveerde weigering toekomen binnen een termijn van 60 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het voorstel.

De Belgische bevoegde autoriteit wijst een vertegenwoordiger aan die wordt belast met de leiding en de coördinatie van de controle.

§ 11/1. De bevoegde autoriteit van een of meer lidstaten kan de Belgische bevoegde autoriteit verzoeken een gezamenlijke audit uit te voeren. De Belgische bevoegde autoriteit aanvaardt of weigert het verzoek om een gezamenlijke audit binnen een termijn van 60 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek en motiveert haar beslissing ingeval ze het verzoek verwerpt.

Gezamenlijke audits worden op vooraf overeengekomen en gecoördineerde wijze, met inbegrip van taalregelingen, uitgevoerd door de bevoegde autoriteit van de verzoekende lidstaat, door de Belgische bevoegde autoriteit, en in voorkomend geval, door de bevoegde autoriteiten van de andere aangezochte lidstaten en in overeenstemming met de Belgische wetgeving en procedurele voorschriften.

De Belgische bevoegde autoriteit wijst een vertegenwoordiger aan die verantwoordelijk is voor het toezicht op en de coördinatie van de gezamenlijke audit op Belgisch grondgebied.

De rechten en plichten van de ambtenaren van lidstaten die deelnemen aan de gezamenlijke audit op Belgisch grondgebied, worden vastgesteld overeenkomstig de Belgische wetgeving. Tegelijk met het naleven van die wetgeving, oefenen de ambtenaren van een andere lidstaat geen bevoegdheden uit die verder zouden gaan dan de bevoegdheden die hun krachtens de wetgeving van hun lidstaat zijn verleend.

Onverminderd het tweede en derde lid en voor de toepassing van de in het eerste lid bedoelde gezamenlijke audits, gerealiseerd op Belgisch grondgebied, zijn de ambtenaren van andere lidstaten die deelnemen aan de activiteiten van de gezamenlijke audit, gemachtigd om personen te ondervragen en bescheiden te onderzoeken in samenspraak met de ambtenaren van de Belgische bevoegde autoriteit, met inachtneming van de in België bepaalde procedurele regelingen.

Onverminderd het tweede en derde lid en voor de toepassing van de in het eerste lid bedoelde gezamenlijke audits, gerealiseerd op Belgisch grondgebied, kan het bewijsmateriaal dat tijdens de activiteiten van de gezamenlijke audit is verzameld, worden beoordeeld, ook op de ontvankelijkheid ervan, onder dezelfde juridische voorwaarden als in het geval van een klassieke audit, uitgevoerd in België door Belgische ambtenaren, onder meer in de loop van een bezwaar-, herzienings- of beroepsprocedures.

Onverminderd het tweede en derde lid en voor de toepassing van de in het eerste lid bedoelde gezamenlijke audits, gerealiseerd op Belgisch grondgebied, genieten personen die aan een gezamenlijke audit worden onderworpen of erdoor worden geraakt, dezelfde rechten en hebben ze dezelfde plichten als in het geval van een klassieke audit waaraan alleen Belgische ambtenaren deelnemen, onder meer in de loop van een bezwaar-, herzienings- of beroepsprocedures.

Indien de Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteit van een of meer lidstaten een gezamenlijke audit verrichten, trachten zij het eens te worden over de feiten en omstandigheden die relevant zijn voor de gezamenlijke audit, en streven zij naar overeenstemming over de fiscale positie van de geaudite persoon of personen op basis van de resultaten van de gezamenlijke audit. De bevindingen van de gezamenlijke audit worden neergelegd in een eindverslag. Punten waarover de bevoegde autoriteiten het eens zijn, worden in de conclusies van het eindverslag opgenomen en worden in aanmerking genomen in de relevante instrumenten die de bevoegde autoriteiten van de deelnemende lidstaten naar aanleiding van die gezamenlijke audit uitvaardigen.

De geaudite persoon of personen word(t)en in kennis gesteld van het resultaat van de gezamenlijke audit en krijgt/krijgen een kopie van het eindverslag binnen 60 dagen na het uitbrengen van het eindverslag.

§ 11/2. De Belgische bevoegde autoriteit kan de bevoegde autoriteit van een andere of meerdere lidstaten verzoeken een gezamenlijke audit uit te voeren.

Gezamenlijke audits worden op vooraf overeengekomen en gecoördineerde wijze, met inbegrip van taalregelingen, uitgevoerd door de betrokken bevoegde autoriteiten, en in overeenstemming met de wetgeving en de procedurele voorschriften van de lidstaat waar de activiteiten van de gezamenlijke audit plaatsvinden.

De rechten en plichten van de Belgische ambtenaren die deelnemen aan de gezamenlijke audit op het grondgebied van een andere lidstaat, worden vastgesteld overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat. Tegelijk met het naleven van deze wetgeving, oefenen de Belgische ambtenaren geen bevoegdheden uit die verder zouden gaan dan de bevoegdheden die hun krachtens de Belgische wetgeving zijn verleend.

Onverminderd het tweede en derde lid en voor de toepassing van de in het eerste lid bedoelde gezamenlijke audits, gerealiseerd op het grondgebied van een andere lidstaat, kan het bewijsmateriaal dat tijdens de activiteiten van de gezamenlijke audit is verzameld, worden beoordeeld, ook op de ontvankelijkheid ervan, onder dezelfde juridische voorwaarden als in het geval van een klassieke audit uitgevoerd in België door Belgische ambtenaren.

Indien de Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteit van een of meerdere andere lidstaten een gezamenlijke audit verrichten, trachten zij het eens te worden over de feiten en omstandigheden die relevant zijn voor de gezamenlijke audit, en streven zij naar overeenstemming over de fiscale positie van de geaudite persoon of personen op basis van de resultaten van de gezamenlijke audit. De bevindingen van de gezamenlijke audit worden neergelegd in een eindverslag. De punten waarover de bevoegde autoriteiten het eens zijn, worden in de conclusies van het eindverslag opgenomen en worden in aanmerking genomen in de relevante instrumenten die de bevoegde autoriteiten van de deelnemende lidstaten naar aanleiding van die gezamenlijke audit uitvaardigen.

De geaudite persoon of personen worden in kennis gesteld van het resultaat van de gezamenlijke audit en krijgen een kopie van het eindverslag binnen 60 dagen na het uitbrengen van het eindverslag.

§ 12. De Belgische bevoegde autoriteit kan een verzoek aan een buitenlandse bevoegde autoriteit richten tot kennisgeving aan de geadresseerde, overeenkomstig de in de aangezochte lidstaat geldende voorschriften voor de kennisgeving van soortgelijke akten, van alle door de Belgische administratieve overheden afgegeven akten en besluiten die betrekking hebben op de toepassing in België van wetgeving betreffende diverse rechten en taksen.

Het verzoek tot kennisgeving vermeldt de naam en het adres van de geadresseerde, evenals alle overige informatie ter identificatie van de geadresseerde, en het onderwerp van de akte of het besluit waarvan de geadresseerde kennis moet worden gegeven.

Het verzoek tot kennisgeving wordt door de Belgische bevoegde autoriteit slechts gedaan indien de kennisgeving van de akten niet volgens de Belgische regels kan geschieden, of buitensporige problemen zou veroorzaken. De Belgische bevoegde autoriteit kan een document, per aangetekende brief of langs elektronische weg, rechtstreeks ter kennis brengen aan een persoon op het grondgebied van een andere lidstaat.

§ 13. Op verzoek van een buitenlandse bevoegde autoriteit gaat de Belgische bevoegde autoriteit, overeenkomstig de Belgische voorschriften voor de kennisgeving van soortgelijke akten, over tot kennisgeving aan de geadresseerde van alle door de administratieve overheden van de verzoekende lidstaat afgegeven akten en besluiten die betrekking hebben op de toepassing op haar grondgebied van wetgeving betreffende diverse rechten en taksen.

De Belgische bevoegde autoriteit stelt de verzoekende autoriteit onverwijld in kennis van het aan het verzoek gegeven gevolg en, in het bijzonder, van de datum waarop de akte of het besluit aan de geadresseerde ter kennis is gebracht.

§ 14. Indien een buitenlandse bevoegde autoriteit inlichtingen overeenkomstig §§ 4 of 8 heeft verstrekt en terugmelding betreffende de ontvangen inlichtingen verzoekt, doet de ontvangende Belgische bevoegde autoriteit, zonder afbreuk te doen aan de Belgische voorschriften inzake beroepsgeheim en gegevensbescherming, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk drie maanden nadat het resultaat van het gebruik van de verlangde inlichtingen bekend is, een terugmelding aan de buitenlandse bevoegde autoriteit die de inlichtingen heeft verzonden.

De Belgische bevoegde autoriteit doet eenmaal per jaar, overeenkomstig bilateraal overeengekomen praktische afspraken, een terugmelding over de automatische inlichtingenuitwisseling naar de betrokken lidstaten.

§ 15. De Belgische bevoegde autoriteit die overeenkomstig §§ 5 of 7 inlichtingen heeft verstrekt, kan de ontvangende buitenlandse bevoegde autoriteit om terugmelding betreffende de ontvangen inlichtingen verzoeken.

§ 16. De Belgische verbindingsdienst of de Belgische bevoegde ambtenaar die een verzoek om samenwerking ontvangt dat een optreden vereist buiten de hem krachtens de Belgische wetgeving of het Belgische beleid verleende bevoegdheid, geeft het verzoek onmiddellijk door aan het Belgisch centraal verbindingsbureau en stelt de verzoekende buitenlandse bevoegde autoriteit hiervan in kennis. In dat geval gaat de in § 5 vermelde termijn in op de dag nadat het verzoek aan het Belgisch centraal verbindingsbureau is doorgezonden.

§ 17. De inlichtingen meegedeeld en ontvangen door België onder gelijk welke vorm in toepassing van huidig artikel, vallen onder de geheimhoudingsplicht en genieten de bescherming waarin het nationale recht van het ontvangende rechtsgebied met betrekking tot soortgelijke inlichtingen voorziet.

Deze inlichtingen mogen worden gebruikt:

1° voor de vaststelling, de toepassing en de handhaving van het nationale recht met betrekking tot de in artikel 2 van de richtlijn bedoelde belastingen, alsmede de btw, andere indirecte belastingen, douanerechten, de bestrijding van het witwassen van geld en van de financiering van terrorisme;

2° voor de vestiging en de invordering van de andere belastingen en rechten met betrekking tot artikel 3 van de wet van 9 januari 2012 houdende omzetting van Richtlijn 2010/24/EU van de Raad van 16 maart 2010 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen, en voor het vestigen en invorderen van de verplichte sociale bijdragen;

3° ter gelegenheid van gerechtelijke en administratieve procedures die kunnen leiden tot sancties, geheven ten gevolge van inbreuken op de fiscale wetgeving, onverminderd algemene regels en wettelijke bepalingen die de rechten van beklaagden en getuigen in het kader van dergelijke procedures beheersen.

Met de toestemming van de buitenlandse bevoegde autoriteit die de inlichtingen overeenkomstig de Richtlijn heeft meegedeeld en voor zover dat toegelaten is door de Belgische wetgeving, kunnen de ontvangen inlichtingen en documenten ontvangen van deze autoriteit worden gebruikt voor andere doeleinden dan deze bedoeld in het tweede lid.

De Belgische bevoegde autoriteit kan de ontvangen inlichtingen en documenten zonder de in de derde lid van deze paragraaf bedoelde toestemming ook gebruiken voor elk doel dat onder een op artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gebaseerde handeling valt en deze daartoe delen met de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor beperkende maatregelen in het betrokken rechtsgebied.

De Belgische bevoegde autoriteit die van oordeel is dat de van de bevoegde autoriteit van een ander rechtsgebied verkregen inlichtingen de bevoegde autoriteit van een derde rechtsgebied van nut kunnen zijn voor de in het tweede lid beoogde doelen, mag de inlichtingen aan deze autoriteit doorgeven, op voorwaarde dat zij de bevoegde autoriteit van het inlichtingenverstrekkende rechtsgebied in kennis stelt van haar voornemen om die inlichtingen met een derde rechtsgebied te delen en op voorwaarde dat dat gebeurt in overeenstemming met de in dit artikel vastgelegde regels en procedures. Het inlichtingenverstrekkende rechtsgebied kan zich hiertegen verzetten binnen vijftien kalenderdagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving van het rechtsgebied dat de inlichtingen wenst te delen.

§ 18. De Belgische bevoegde autoriteit kan het gebruik toestaan van de overeenkomstig dit artikel verstrekte inlichtingen en bescheiden in de lidstaat die ze ontvangt, voor andere dan in § 17, tweede lid, bedoelde doeleinden. De Belgische bevoegde autoriteit verleent toestemming indien de inlichtingen in België voor soortgelijke doeleinden kunnen worden gebruikt.

De Belgische bevoegde autoriteit deelt aan de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten een lijst mee van andere dan in paragraaf 1 bedoelde doeleinden waarvoor overeenkomstig haar nationale recht, de inlichtingen en bescheiden kunnen worden gebruikt. De bevoegde autoriteit die inlichtingen en bescheiden ontvangt, kan de ontvangen inlichtingen en bescheiden zonder de in het eerste lid bedoelde toestemming gebruiken voor alle doeleinden die de Belgische bevoegde autoriteit heeft opgenoemd.

De Belgische bevoegde autoriteit kan het gebruik overeenkomstig de in § 17, derde lid beoogde doelen van de inlichtingen afkomstig uit België die door een buitenlandse bevoegde autoriteit aan een buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat werden doorgegeven, in die derde lidstaat toestaan.

§ 19. Alvorens om de in § 4 bedoelde inlichtingen te verzoeken, tracht de Belgische bevoegde autoriteit eerst de inlichtingen te verkrijgen uit alle gebruikelijke bronnen die zij in de gegeven omstandigheden kan aanspreken zonder dat het beoogde resultaat in het gedrang dreigt te komen.

De in § 5 bedoelde inlichtingen worden door de Belgische bevoegde autoriteit aan een buitenlandse bevoegde autoriteit verstrekt, op voorwaarde dat de buitenlandse bevoegde autoriteit eerst de inlichtingen tracht te verkrijgen uit alle gebruikelijke bronnen die zij in de gegeven omstandigheden kon aanspreken zonder dat het beoogde resultaat in het gedrang dreigt te komen.

§ 20. Het is de Belgische bevoegde autoriteit niet toegelaten onderzoek in te stellen of inlichtingen te verstrekken wanneer de Belgische wetgeving haar niet toestaat voor eigen doeleinden het onderzoek in te stellen of de gevraagde inlichtingen te verzamelen.

De Belgische bevoegde autoriteit kan weigeren inlichtingen te verstrekken indien :

1° de verzoekende lidstaat, op juridische gronden, soortgelijke inlichtingen niet kan verstrekken;

2° dit zou leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of indien het inlichtingen betreft waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde.

De Belgische bevoegde autoriteit deelt de verzoekende autoriteit mee op welke gronden zij het verzoek om inlichtingen afwijst.

§ 21. De Belgische bevoegde autoriteit wendt de middelen aan waarover zij beschikt om de gevraagde inlichtingen te verzamelen, zelfs indien zij de inlichtingen niet voor eigen belastingdoeleinden nodig heeft. Deze verplichting geldt onverminderd § 20, eerste en tweede lid, die, wanneer er een beroep op wordt gedaan, in geen geval zo kunnen worden uitgelegd dat België kan weigeren inlichtingen te verstrekken uitsluitend omdat België geen binnenlands belang bij deze inlichtingen heeft.

In geen geval wordt § 20, eerste lid en tweede lid, 2° zo uitgelegd dat de Belgische bevoegde autoriteit kan weigeren inlichtingen te verstrekken, uitsluitend op grond dat deze berusten bij een bank, een andere financiële instelling, een gevolmachtigde of een persoon die als vertegenwoordiger of trustee optreedt, of dat zij betrekking hebben op eigendomsbelangen in een persoon.

Onverminderd het tweede lid kan de Belgische bevoegde autoriteit weigeren de gevraagde inlichtingen toe te zenden indien deze betrekking hebben op belastbare tijdperken vóór 1 januari 2011 en de toezending van de inlichtingen geweigerd had kunnen worden op grond van artikel 8, punt 1, van de richtlijn 77/799/EG indien daarom was verzocht vóór 11 maart 2011.

§ 22. Indien de Belgische overheid voorziet in een samenwerking met een derde land welke verder reikt dan de bij de richtlijn geregelde samenwerking, kan de Belgische overheid de verderreikende samenwerking niet weigeren aan een andere lidstaat die met haar deze verderreikende, wederzijdse samenwerking wenst aan te gaan.

§ 23. Verzoeken om inlichtingen en de administratieve onderzoeken die zijn ingediend op grond van § 4, alsook de antwoorden op grond van § 5, de ontvangstbevestigingen, de verzoeken om inlichtingen van algemene aard en de verklaringen van ongeschiktheid of weigering krachtens § 5 worden, voor zover mogelijk, overgemaakt door middel van een door de Commissie goedgekeurd standaardformulier. Er mogen rapporten, certificaten en andere bescheiden, of andere voor eensluidend verklaarde afschriften of uittreksels daarvan bij de standaardformulieren gevoegd worden.

De in het eerste lid bedoelde standaardformulieren bevatten ten minste de volgende gegevens, die de verzoekende autoriteit moet verstrekken:

a) de identiteit van de persoon naar wie het onderzoek of de controle is ingesteld en, in het geval van vragen betreffende een groep zoals bedoeld in § 5/2, een gedetailleerde beschrijving van de groep;

b) het fiscale doel van de gevraagde informatie.

De Belgische bevoegde autoriteit kan, voor zover bekend en in overeenstemming met de ontwikkeling van de internationale situatie, de namen en adressen verstrekken van alle personen van wie er redenen zijn om aan te nemen dat ze in het bezit zijn van de gevraagde informatie, alsook alle elementen die het verzamelen van informatie door de aangezochte autoriteit kunnen vergemakkelijken.

De spontane gegevensuitwisseling en de desbetreffende ontvangstbevestiging respectievelijk op grond van de §§ 7 en 8, verzoeken tot administratieve kennisgeving op grond van §§ 12 en 13, terugmeldingen op grond van §§ 14 en 15, de inlichtingen op grond van §§ 17, tweede lid en 18, en van § 25, tweede lid, worden overgemaakt door middel van de door de Commissie goedgekeurde standaardformulieren.

De automatische inlichtingenuitwisseling op grond van de §§ 6 en 6/1 wordt verricht in een geautomatiseerd standaardformaat dat ontworpen is om die automatische uitwisseling te vergemakkelijken en dat is goedgekeurd door de Commissie.

§ 24. De krachtens dit artikel verstrekte inlichtingen worden voor zover mogelijk verzonden langs elektronische weg, via het CCN-netwerk.

Het verzoek om samenwerking, waaronder het verzoek tot kennisgeving en de bijgevoegde bescheiden kunnen in elke door de aangezochte en de verzoekende autoriteit overeengekomen taal zijn gesteld. Slechts in bijzondere gevallen en mits het verzoek met redenen omkleed is, kan de Belgische bevoegde autoriteit verzoeken het verzoek vergezeld te laten gaan van een vertaling in één van de officiële talen van België.

Om te voldoen aan de automatische uitwisseling als bedoeld in § 6/1, de bepalingen onder 1° en 2°, te verstrekken inlichtingen, wordende gegevens die moeten worden meegedeeld opgeslagen in een beveiligd centraal gegevensbestand betreffende de administratieve samenwerking op belastinggebied, bestemd voor de lidstaten, ontwikkeld en ter beschikking gesteld door de Commissie uiterlijk op 31 december 2017. De Belgische bevoegde autoriteiten hebben toegang tot de in dit gegevensbestand opgeslagen inlichtingen.

In afwachting dat dat beveiligd centraal gegevensbestand operationeel wordt, geschiedt de in § 6/1, 1° en 2°, bedoelde automatische uitwisseling van gegevens, volgens lid 1 van deze paragraaf en de toepasselijke praktische modaliteiten.

§ 25. De Belgische bevoegde autoriteit die van een derde land inlichtingen ontvangt welke naar verwachting van belang zijn voor haar administratie en de handhaving van de Belgische wetgeving betreffende diverse rechten en taksen, kan deze inlichtingen verstrekken aan de buitenlandse bevoegde autoriteiten van de lidstaten voor wie die inlichtingen van nut kunnen zijn, en aan elke buitenlandse bevoegde autoriteit die erom verzoekt, mits dat krachtens een overeenkomst met dat derde land is toegestaan.

De Belgische bevoegde autoriteit kan, met inachtneming van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en de wet van 3 augustus 2012 houdende bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens door de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van zijn opdrachten, de overeenkomstig dit artikel ontvangen inlichtingen doorgeven aan een derde land, op voorwaarde dat aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :

a) de buitenlandse bevoegde autoriteit van de lidstaat waaruit de inlichtingen afkomstig zijn, heeft daarin toegestemd;

b) het derde land heeft zich ertoe verbonden de medewerking te verlenen die nodig is om bewijsmateriaal bijeen te brengen omtrent het ongeoorloofde of onwettige karakter van verrichtingen die blijken in strijd te zijn met of een misbruik te vormen van de belastingwetgeving.

§ 26. Rapporterende financiële instellingen, intermediairs, rapporterende platformexploitanten en de Belgische bevoegde autoriteit worden als verwerkingsverantwoordelijken beschouwd wanneer zij, alleen of gezamenlijk, de doelen en middelen van de verwerking van persoonsgegevens bepalen in de zin van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.

De Belgische bevoegde autoriteit stelt de Commissie onverwijld in kennis van elke gegevensinbreuk en alle daaropvolgende corrigerende maatregelen.

De Belgische bevoegde autoriteit kan de uitwisseling van inlichtingen met de lidstaat of de lidstaten waar de gegevensinbreuk heeft plaatsgevonden, schorsen door de Commissie en de betrokken lidstaat of lidstaten daarvan schriftelijk in kennis te stellen. Een dergelijke schorsing wordt onmiddellijk van kracht.

In geval van gegevensinbreuk, onderzoekt, beperkt en verhelpt de Belgische bevoegde autoriteit de gegevensinbreuk, en verzoekt zij de Commissie, daarvan schriftelijk in kennis gesteld, om de schorsing van de toegang tot het CCN-netwerk voor de toepassing van deze richtlijn, indien de gegevensinbreuk niet onmiddellijk en op passende wijze onder controle kan worden gebracht. Op een dergelijk verzoek schorst de Commissie de toegang van die lidstaat of lidstaten tot het CCN-netwerk voor de toepassing van de richtlijn.

De Belgische bevoegde autoriteit stelt, in geval van een gegevensinbreuk, de Commissie op de hoogte wanneer zij deze inbreuk heeft verholpen. Indien een of meer lidstaten de Commissie verzoeken om gezamenlijk te verifiëren of de gegevensinbreuk is verholpen, geeft de Commissie pas na die verificatie de betrokken lidstaat of lidstaten opnieuw toegang tot het CCN-netwerk voor de toepassing van de richtlijn.

Indien voor de toepassing van deze richtlijn een gegevensinbreuk in het centrale gegevensbestand of het CCNnetwerk plaatsvindt die nadelige gevolgen kan hebben voor de uitwisseling van inlichtingen door de lidstaten via het CCN-netwerk, stelt de Commissie de lidstaten zonder onnodige vertraging in kennis van de gegevensinbreuk en van eventuele corrigerende maatregelen die zijn genomen. Zulke corrigerende maatregelen kunnen inhouden dat de toegang tot het centrale gegevensbestand of het CCN-netwerk voor de toepassing van de richtlijn wordt geschorst totdat de gegevensinbreuk is verholpen.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<Ingevoegd bij W 2013-08-17/31, art. 15, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2013>
  • (2)<W 2017-07-31/09, art. 8, 025; Inwerkingtreding : 21-08-2017>
  • (3)<W 2019-12-20/09, art. 48, 041; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  • (4)<W 2022-12-21/14, art. 15, 054; Inwerkingtreding : 01-01-2023>
  • (5)<W 2024-12-20/27, art. 16, 061; Inwerkingtreding : 31-12-2024>
  • (6)<W 2026-03-16/15, art. 25, 069; Inwerkingtreding : 11-04-2026>