C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)
C.jud. Art. 120
HOOFDSTUK IV. _ Hof van assisen. — Afdeling II. _ Samenstelling van het hof.
De voorzitter is een lid van het hof van beroep, een lid van dat hof dat wegens zijn leeftijd tot de inruststelling is toegelaten en nog niet de leeftijd van 75 jaar heeft bereikt of een lid van dat hof dat op eigen verzoek voor de wettelijke leeftijd is toegelaten tot de inruststelling en dat bovendien werd gemachtigd tot het voeren van de eretitel van zijn ambt aan wie de eerste voorzitter van dat hof opdracht geeft voor de gehele zitting of voor bepaalde zaken. Om het ambt van voorzitter in het hof van assisen te kunnen uitoefenen, moet men een gespecialiseerde opleiding hebben gevolgd, georganiseerd door het Instituut voor gerechtelijke opleiding. <W 1997-07-09/36, art. 8, 054; Inwerkingtreding : 13-08-1997>
De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de voorzitter moet voldoen om vrijgesteld te worden van de gespecialiseerde opleiding.
Wanneer wegens verhindering van de voorzitter het hof van assisen niet kan worden samengesteld, geeft de eerste voorzitter van het hof van beroep opdracht aan een plaatsvervanger onder de leden van dat hof, de leden van dat hof die wegens hun leeftijd tot de inruststelling zijn toegelaten en nog niet de leeftijd van 75 jaar hebben bereikt of de leden van dat hof die op eigen verzoek voor de wettelijke leeftijd zijn toegelaten tot de inruststelling en die bovendien werden gemachtigd tot het voeren van de eretitel van hun ambt). <W 1997-07- 09/36, art. 9, 054; Inwerkingtreding : 13-08-1997>
(In het belang van een goed verloop van de debatten of wanneer de aard van de zaken dit vereist,) geeft de eerste voorzitter van het hof van beroep op vordering van de procureur-generaal opdracht aan een of meer leden van dat hof, die als plaatsvervangend voorzitter de debatten bijwonen. <W 1987-11-13/30, art. 1, 012; Inwerkingtreding : 10-01-1988>
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2009-12-21/14, art. 210, 168; Inwerkingtreding : 01-01-2011>
- (2)<W 2016-02-05/11, art. 194, 201; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
- (3)<W 2021-05-10/01, art. 2, 234; Inwerkingtreding : 20-04-2021>
Verwijst naar
- C.jud. Art. 012
- C.jud. Art. 1