C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)
C.jud. Art. 176
TITEL III. - (Gerechtspersoneel). <W 2007-04-25/64, art. 10, 153; Inwerkingtreding : 01-12-2008> — HOOFDSTUK IV. - Leden van het parketsecretariaat. <ingevoegd bij W 2007-04-25/64, art. 29; Inwerkingtreding
<W 2007-04-25/64, art. 34, 153; Inwerkingtreding : 01-12-2008> De secretaris staat de procureurgeneraal, de federale procureur , de procureur voor de verkeersveiligheid, de procureur des Konings of de arbeidsauditeur bij. Hij ondertekent de documenten die eigen zijn aan zijn functie en die welke hij in opdracht van het hoofd van het parket moet ondertekenen. Hij verleent bijstand aan de magistraten voor documentatie- en opzoekingswerk, voor het samenstellen van de dossiers en voor alle taken, met uitzondering van die welke uitdrukkelijk aan de magistraten zijn voorbehouden.
De secretaris bewaart alle archiefbescheiden die door het parket worden ontvangen of opgemaakt. Hij neemt de passende maatregelen om alle archiefbescheiden die hij onder zijn beheer heeft in goede staat te bewaren, om ze te ordenen en te inventariseren, ongeacht hun vorm, structuur en inhoud. De Koning stelt, na advies van de Algemeen Rijksarchivaris, nadere regels voor de toepassing van dit lid.
(NOTA : ingevoegd door W 2006-08-05/45, art. 11, 138; Inwerkingtreding : 01-01-2017 (zie W 2014-12-19/24, art. 21), gewijzigd door W 2014-05-08/02, art. 138, Inwerkingtreding : 24-05-2014, art. 11 opgeheven zichzelf door art. 177 van W 2016-12-25/14; Inwerkingtreding : 31-12-2016
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2021-12-23/07, art. 19, 238; Inwerkingtreding : 09-01-2022>