C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)
C.jud. Art. 224
TITEL VI. - (Benoemingsvoorwaarden en loopbaan van magistraten en het gerechtspersoneel). <W 2007-04- — HOOFDSTUK IV. _ Juryleden.
Op grond van de inlichtingen ingewonnen door middel van het onderzoek bedoeld in artikel 223, laat de burgemeester uit de voorbereidende lijst van gezworenen weg :
1° de personen die niet kunnen lezen of schrijven;
2° de personen die de taal niet kennen die gebruikt wordt in de rechtspleging ter zitting van het hof van assisen bij hetwelk zij zouden opgeroepen zijn om het ambt van gezworenen te vervullen;
3° de personen die lid zijn van het Europees Parlement, van de federale wetgevende kamers, van de parlementen van de gemeenschappen en gewesten, van de provincieraden, van de gemeenteraden, van de agglomeratieraden, van de federatieraden, van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, van de Franse Gemeenschapscommissie, van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, van de federale regering en van de gemeenschaps- en gewestregeringen en de burgemeesters;
4° de werkende magistraten van de rechterlijke orde, de raadsheren en de rechters in sociale zaken en in handelszaken, de assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank, de referendarissen bij het Hof van Cassatie, de griffiers en de leden van de parketsecretariaten;
5° de leden van de Raad van State, de assessoren van de afdeling Wetgeving, de leden van het auditoraat, van het coördinatiebureau, de leden van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen en van de griffie;
6° de leden van het Grondwettelijk Hof, de referendarissen bij het Grondwettelijk Hof en de leden van de griffie;
7° de leden van het Rekenhof;
8° de provinciegouverneurs, de arrondissementscommissarissen en de provinciale griffiers;
9° de leden van de Hoge Raad voor de Justitie;
10° de titularissen van een management- of staffunctie in een ministerieel departement, federale overheidsdienst of programmatorische overheidsdienst, de ambtenaren-generaal en de bestuursdirecteurs bij de ministeriële departementen van de Gemeenschappen en Gewesten;
11° de militairen in actieve dienst;
12° de bedienaars van een door de Staat erkende eredienst en de afgevaardigden van door de wet erkende organisaties die morele diensten verlenen op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing;
13° de personen die een strafrechtelijke veroordeling hebben opgelopen tot een gevangenisstraf van meer dan vier maanden , tot een straf onder elektronisch toezicht van meer vier maanden, tot een werkstraf van meer dan zestig uur of tot een ... probatiestraf van een jaar of meer.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2009-12-21/14, art. 218, 159; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
- (2)<W 2014-05-08/55, art. 4, 194; Inwerkingtreding : 01-05-2016>
- (3)<W 2016-05-04/03, art. 49, 203; Inwerkingtreding : 01-10-2016 (zie ook art. 261, zevende en achtste lid)>
- (4)<W 2026-03-30/01, art. 38, 271; Inwerkingtreding : 01-09-2026>