C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)
C.jud. Art. 295
BOEK II. - GERECHTELIJKE AMBTEN. — HOOFDSTUK II. - Onverenigbaarheden.
Geen lid van een hof, rechtbank, parket of griffie kan worden benoemd of aangewezen voor de ambten of bedieningen in artikel 294 bepaald, zonder het advies van de korpschef of van de magistraat die zijn hïerarchische meerdere is.