Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)

C.jud. Art. 300

BOEK II. - GERECHTELIJKE AMBTEN. — HOOFDSTUK II. - Onverenigbaarheden.

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

De plaatsvervangende (raadsheren zoals bedoeld in artikel 207bis, § 1, 1°, 2°, 4° en 5°, en de plaatsvervangende) rechters zijn onderworpen aan dezelfde regels van onverenigbaarheid als de werkende rechters, behoudens de uitoefening van het beroep van advocaat en van notaris en de bezigheden die hun daardoor geoorloofd zijn. <W 1997-07-09/36, art. 16, 054; Inwerkingtreding : 13-08-1997>

De werkende en plaatsvervangende raadsheren in sociale zaken en rechters in sociale zaken zijn onderworpen aan dezelfde regels van onverenigbaarheid als de werkende rechters ..., met uitzondering van:

1° die welke gesteld zijn in artikel 293, tweede lid;

2° het drijven van een handel, het beheer of de leiding van of het toezicht op handelsvennootschappen en nijverheids- of handelsinrichtingen;

3° het aangaan en de uitvoering van een arbeidsovereenkomst of een leerovereenkomst.

(4° de uitoefening van het beroep van bedrijfsrevisor en van accountant en de bezigheden die hen daardoor geoorloofd zijn.) <W 2003-05-03/45, art. 27, 110; Inwerkingtreding : 02-06-2003>

(De werkende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank zijn onderworpen aan dezelfde regels van onverenigbaarheid als de werkende magistraten, met uitzondering van de benoeming en de contractuele aanwerving in een bezoldigde openbare functie of ambt van administratieve aard.

De plaatsvervangende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank zijn onderworpen aan dezelfde regels van onverenigbaarheid als de werkende magistraten, met uitzondering van de uitoefening van beroepswerkzaamheden die voor het opdoen van ervaring toegestaan zijn om benoemd te worden tot assessor.) <W 2006-05-17/36, art. 25, 132; Inwerkingtreding : 31-08-2006>

De rechters in ondernemingszaken zijn onderworpen aan dezelfde regels van onverenigbaarheid als de werkende magistraten, met uitzondering van de uitoefening van beroepswerkzaamheden die voor het opdoen van ervaring toegestaan zijn om benoemd te worden tot rechter in ondernemingszaken. Niemand mag tegelijk het ambt van rechter in ondernemingszaken en van gerechtsmandataris uitoefenen in het arrondissement of de afdeling van de ondernemingsrechtbank waar hij als gerechtsmandataris werd aangewezen.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2014-05-05/11, art. 108, 195; Inwerkingtreding : 01-10-2016 (zie ook art. 136). Overgangsbepalingen:
  • art. 134 en 135>
  • (2)<W 2016-05-04/03, art. 91, 203; Inwerkingtreding : 01-10-2016 (zie ook art. 261, zevende en achtste lid)>
  • (3)<W 2018-04-15/14, art. 8, 216; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
  • (4)<W 2019-05-05/19, art. 96, 225; Inwerkingtreding : 29-06-2019>