C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)
C.jud. Art. 327ter
TITEL II. - Uitoefening van gerechtelijke ambten. — HOOFDSTUK III. - Verhindering en vervanging.
In uitzonderlijke gevallen kan de minister bevoegd voor Justitie, op gezamenlijk voorstel van de directeur en de bevoegde procureur-generaal, procureur des Konings of arbeidsauditeur, een lid van een parketgeneraal, van een auditoraat-generaal bij het arbeidshof, van een parket van de procureur des Konings of van een arbeidsauditoraat bij de arbeidsrechtbank tijdelijk een opdracht geven binnen het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring.
De magistraat kan slechts de opdracht worden gegeven nadat hij is gehoord.
De voormelde magistraten oefenen in die gevallen deze taak uit onder de onmiddellijke leiding en toezicht van de directeur van het Centraal Orgaan. Hun overige taken oefenen zij verder onder de onmiddellijke leiding en toezicht van hun korpschef uit.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2018-02-04/04, art. 50, 218; Inwerkingtreding : 01-07-2018>