C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)
C.jud. Art. 515
BOEK IV. - [1 Gerechtsdeurwaarders]1 — HOOFDSTUK I. - [1 Titel, statuut, benoeming, eed en vestiging]1
§ 1. ... De kandidaat-gerechtsdeurwaarder die zich kandidaat stelt voor een vacante plaats van gerechtsdeurwaarder moet, op straffe van verval, zijn kandidatuur op de door de Koning bepaalde wijze bij de minister van Justitie indienen binnen een termijn van een maand na bekendmaking van de vacature in het Belgisch Staatsblad. Bij deze kandidatuur zijn de door de Koning bepaalde bijlagen gevoegd. In het gerechtelijk arrondissement Brussel wordt het advies ingewonnen bij beide procureurs des Konings.
Om tot gerechtsdeurwaarder benoemd te worden, moet de betrokkene sedert minstens drie jaar kandidaat-gerechtsdeurwaarder zijn voor het einde van de in het eerste lid bedoelde termijn.
De vacatures worden één keer per jaar in het Belgisch Staatsblad bekend gemaakt, tenzij een afzonderlijke publicatie noodzakelijk is.
§ 2. Alvorens tot benoeming wordt overgegaan, dient binnen vijfenveertig dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de vacature door de minister van Justitie het met redenen omklede schriftelijk advies over de kandidaten , waarvan de kandidaturen ontvankelijk zijn volgens de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid te worden aangevraagd aan :
1° de procureur des Konings van het arrondissement waar de kandidaat zijn woonplaats heeft, waarbij het gegeven advies het resultaat is van een onderzoek naar diens omgeving en antecedenten;
2° de raad van de arrondissementskamer van gerechtsdeurwaarders van het gerechtelijk arrondissement waar de kandidaat zijn beroepsactiviteit betreffende gerechtsdeurwaarder uitoefent of het laatst heeft uitgeoefend.
De Koning bepaalt de inhoudelijke en formele vormvereisten waaraan het advies van de raad van de arrondissementskamer moet voldoen.
Deze adviezen dienen binnen negentig dagen na voornoemde bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, door de adviesverlenende instanties op de door de Koning bepaalde wijze te worden overgezonden aan de minister van Justitie en in afschrift bij een aangetekende zending te worden gestuurd aan de kandidaten waarop ze betrekking hebben. Aan de minister van Justitie wordt op de door de Koning bepaalde wijze een afschrift gestuurd van het bewijs van deze aangetekende zending. Bij gebrek aan advies binnen de vastgestelde termijn of indien het standaardformulier niet is gebruikt, wordt dit advies geacht gunstig noch ongunstig te zijn, hetgeen wordt meegedeeld aan de betrokken kandidaat.
Binnen een termijn van honderd dagen na voornoemde bekendmaking in het Belgisch Staatsblad of uiterlijk binnen een termijn van vijftien dagen na de kennisgeving van het advies, kunnen de kandidaten bij een aangetekende zending, hun opmerkingen aan de adviesverlenende instantie en aan de minister van Justitie overzenden.
§ 3. Uiterlijk binnen dertig dagen na het verstrijken van de in § 2, vierde lid, bedoelde termijn zendt de minister van Justitie aan de bevoegde benoemingscommissie voor elke kandidaat , waarvan de kandidatuur ontvankelijk is volgens de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid een benoemingsdossier over.
Dit benoemingsdossier bevat uitsluitend:
1° de kandidatuur met de in § 1 bedoelde bijlagen;
2° de schriftelijke adviezen en de in § 2, vierde lid, bedoelde eventuele opmerkingen.
§ 4. De benoemingscommissie kan ambtshalve beslissen alle kandidaten te horen. Zo niet, bestudeert zij de door de minister van Justitie overgezonden benoemingsdossiers en maakt, op basis van door de Koning te bepalen objectieve criteria, een lijst op van de te horen kandidaten. Van deze lijst wordt een met redenen omkleed proces-verbaal opgemaakt. Nadat de benoemingscommissie door een aangetekende zending iedere kandidaat van haar met redenen omklede beslissing op de hoogte heeft gebracht, roept zij de in aanmerking genomen kandidaten op en hoort ze, alsook alle niet in aanmerking genomen kandidaten die, binnen een termijn van 15 dagen na de kennisgeving die aan hen werd gedaan, hierom hebben verzocht bij aangetekende zending. Zij maakt vervolgens een rangschikking op van de drie meest geschikte kandidaten. Indien de benoemingscommissie advies moet uitbrengen over minder dan drie kandidaten, wordt de lijst beperkt tot de enige kandidaat of de enige twee kandidaten..
De rangschikking geschiedt op grond van criteria die betrekking hebben op de bekwaamheid en de geschiktheid van de kandidaat voor het uitoefenen van het ambt van gerechtsdeurwaarder.
§ 5. Van de rangschikking wordt een met redenen omkleed proces-verbaal opgemaakt, dat door de voorzitter en de secretaris van de benoemingscommissie wordt ondertekend. Indien een kandidaat met eenparigheid van stemmen als eerste wordt gerangschikt, wordt daarvan melding gemaakt.
Binnen dertig dagen na het verstrijken van de in § 3 bedoelde termijn, zendt de voorzitter van de benoemingscommissie de lijst met de gerangschikte kandidaten en het proces-verbaal over aan de minister van Justitie en een afschrift van de lijst aan de gerangschikte kandidaten. De Koning benoemt de gerechtsdeurwaarder op voordracht van de minister van Justitie onder de door de benoemingscommissie gerangschikte kandidaten. In voorkomend geval neemt de benoeming een aanvang op de datum van de beëindiging van de activiteiten van de vervangen ontslagnemende gerechtsdeurwaarder bedoeld in artikel artikel 509, § 1, zesde lid.
Elke kandidaat die niet benoemd werd, kan, mits hij de benoemingscommissie er schriftelijk om verzoekt, inzage en een afschrift krijgen van het gedeelte van het proces-verbaal dat op hem en op de benoemde kandidaat betrekking heeft.
§ 6. ...
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2014-01-07/06, art. 2, 178; Inwerkingtreding : 01-02-2014>
- (2)<W 2012-07-19/36, art. 36, 175; Inwerkingtreding : 31-03-2014 (zie ook art. 61, L1 en L2)>
- (3)<W 2016-05-04/03, art. 121, 203; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
- (4)<W 2021-11-28/01, art. 21, 237; Inwerkingtreding : 10-12-2021>
- (5)<W 2022-12-26/04, art. 7, 245; Inwerkingtreding : 01-01-2023>
- (6)<W 2022-12-26/04, art. 7,4°, 245; Inwerkingtreding : 01-01-2024>
- (7)<W 2024-05-15/03, art. 12, 262; Inwerkingtreding : 01-06-2026>