C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 556–663)
C.jud. Art. 629
BOEK V. [1 Bepaalde bijzondere gerechtelijke actoren]1 — TITEL III. - Territoriale bevoegdheid.
Alleen de rechter van de plaats waar het goed gelegen is, heeft bevoegdheid om van de vordering kennis te nemen, wanneer het betreft :
1° (Vorderingen aangaande zakelijke rechten op onroerende goederen en vorderingen aangaande aangelegenheden opgesomd in artikel 591, 1°, 2°, (2°bis,) 3°, 4°, 5°, 6°, 9°, 10°, 11°, 12°, 13° ... en 18° (en 20°) met uitzondering van vorderingen inzake pacht.) <W 10-01-1977, art. 6> <DWG 1985-10-11/33, art. 7, 008> <W 1994-06-30/34, art. 10, 047; Inwerkingtreding : 1995-08-01>
Indien het onroerend goed waarop de vordering betrekking heeft, in verschillende gerechtelijke kantons of arrondissementen gelegen is, kan de vordering worden gebracht voor de rechter van de plaats waar een gedeelte van het onroerend goed gelegen is;
2° vorderingen ingesteld op grond van de artikelen 27, 77 en 93 van de wet van 16 december 1851 tot herziening van de rechtsregeling van de hypotheek;
3° vorderingen ingesteld op grond van de wet van 17 april 1835 op de onteigening ten algemenen nutte en vorderingen ingesteld op grond van artikel 8 van de wetten op de onteigening bij stroken voor werken van gemeentelijk belang, gecoördineerd op 15 november 1867;
4° vorderingen ingesteld op grond van artikel 7 van de wet van 28 juni 1930, betreffende onteigening bij stroken van algemeen of provinciaal belang;
5° vorderingen ingesteld op grond van de wet van 10 mei 1926 tot instelling van een rechtspleging bij dringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte en van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte.
(6° wanneer het gaat om een vordering tot het verkrijgen van betalingsfaciliteiten zoals geregeld bij de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet.) <W 1992-08-04/31, art. 59, § 3, 035; Inwerkingtreding : 1993-01-01>
7° vorderingen ingesteld op grond van boek 4, titel 1, ondertitel 9, van het Burgerlijk Wetboek en vorderingen ingesteld op grond van boek 4, titel 1, ondertitel 10, van het Burgerlijk Wetboek
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2013-07-30/23, art. 140, 233; Inwerkingtreding : 01-09-2014, voir W 2014-05-08/02, art. 61, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
- (2)<W 2022-01-19/18, art. 23, 319; Inwerkingtreding : 01-07-2022>
Verwijst naar
- C.jud. Art. 008
- C.jud. Art. 047
- C.jud. Art. 10
- C.jud. Art. 59
- C.jud. Art. 591
- C.jud. Art. 6
- C.jud. Art. 7
- C.jud. Art. 8