C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 664–1385)
C.jud. Art. 1035
BOEK II. _ GEDING. — TITEL VI._ Inleiding en behandeling van de vordering in kort geding.
Op de dag en het uur bepaald in het reglement van de rechtbank, wordt de vordering in kort geding gebracht op de zitting, gehouden door de voorzitter van de rechtbank of door de rechter die hem vervangt.
De termijn van dagvaarding bedraagt ten minste twee dagen. Heeft de verweerder geen woon- of verblijfplaats of geen gekozen woonplaats in België, dan wordt de termijn verlengd overeenkomstig artikel 55.