C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 664–1385)
C.jud. Art. 1093
BOEK III_ RECHTSMIDDELEN. — TITEL IV_ Voorziening in cassatie.
De termijn waarover de verweerder beschikt om zijn antwoord ter griffie in te dienen, bedraagt, op straffe van verval, drie maanden, te rekenen van de dag waarop het inleidende verzoekschrift of de memorie van toelichting is betekend.
Wanneer de verweerder geen woon- of verblijfplaats, of geen gekozen woonplaats heeft in België, wordt de in het eerste lid bepaalde termijn verlengd overeenkomstig artikel 55.
Heeft de eiser in cassatie zijn betekend verzoekschrift niet ter griffie ingediend, dan kan de verweerder, nadat hij zijn antwoord binnen de voorgeschreven termijn heeft doen betekenen, de zaak inleiden door overlegging van het betekende verzoekschrift en vorderen dat de voorziening wordt afgewezen met veroordeling in de kosten.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2014-04-10/57, art. 8, 126; Inwerkingtreding : 25-05-2014>